Fashionshow KABK den Haag 2013

De art monkeys werden helemaal blij van de KABK fashion show. KABK is een topschool met toptalent. De art monkeys hoorden in de wandelgangen zelfs fluisteren dat KABK op modegebied ‘klein Antwerpen’ is. Dat zegt genoeg. Onze favoriet is Janna van Vugt!

Fotografie: Mo Swillens

Advertenties

Match

We maakten een huisje van sloophout. De ‘Milsan S. Weals hut’ voor kunstproject Match. We wisten dat het een huisje moest worden, maar hoe precies, dat wisten we niet. Plank na plank kreeg het vorm. ‘Misschien is dát kunst: tóch iets maken, wanneer je eigenlijk nog niet precies weet wat je zal maken en hoe je dat moet doen’, zei ik, terwijl ik tussen splinterige vloerplanken rommelde. Twee weekenden was de hut te zien op de Match expo in TAC Eindhoven. Bezoekers gingen de hut in en uit. Sommigen bleven er even zitten. In het schemerdonker snoven ze de geur van oud hout op. Ze luisterden naar het hijgen van de video Vlaman. Ze keken naar de foto’s, naar het popje met het porseleinen kopje, de versleten koffers, de typemachine, het archaïsche elektronische apparaat met onbekende werking en het schilderij van de zigeunerin. Even waren ze in een wereld die alleen daar bestond. De wereld van Milsan S. Weals. Gisteren braken we de tentoonstelling af. Alle kunstwerken pasten in de vrachtwagen. Dat was ook een soort kunstwerk.

De Milsan S. Weals hut werd gemaakt door Mo Swillens voor Match, in samenwerking met Roland Maas.

De Milsan S. Weals hut en alle andere kunstwerken van Match zijn nog te zien: 15 t/m 29 september in Electron Breda en 15 t/m 24 november in bART ’s Hertogenbosch .

MATCH is een multidisciplinair kunstproject waarbij kunstenaars worden uitgedaagd de samenwerking met een andere kunstenaar aan te gaan. Op de tentoonstelling zijn werken te zien van koppels: Jolanda Jansen & Suuz van de Vaart, Myrthe Roodsaert & Niels Duffhuës, Xavier van Wersch & Peter van de Werve, Jitske Blom & Patrick van Vliet, Mo Swillens & Roland Maas.

Helder voor ogen

‘Wacht even, ik heb het bijna, het was…’ Uit alle macht probeerde Jamie zich het ritme te herinneren. Net had hij het nog, het ging… Ik zat in de kring met een groepje kinderen voor een workshop ‘Componeren in de klas’. Deze kinderen hadden een verstandelijke handicap, maar dat maakte niets uit, ze maakten muziek net als andere kinderen.Of tenminste, bijna.Twee meisjes in roze truien keken elkaar voortdurend glimlachend aan en ontlokten de meest mysterieuze geluiden aan de klankstaven. Een jongen hief zijn hoofd met een rukje van verbazing, telkens als hij een akkoord uit de accordeon haalde. Naast hem trommelde een klasgenoot achteloos de perfecte vierkwartsmaat.En dan Jamie. Hij bespeelde de bongo’s. En hoe! Zijn gecompliceerde ritmes leken rechtstreeks uit nog onontdekte gebieden van Afrika te komen. Hij was hevig teleurgesteld toen het hem later niet lukte zo’n ritme te herhalen. ‘Doe maar iets’, zei ik, ‘het maakt niet uit.’ Maar hij wendde zijn hoofd af en staarde met half weggedraaide ogen ergens bij zichzelf naar binnen. ’Hoe was het nou, wacht even, net had ik het nog…’

In zijn boek over Jean Sibelius schrijft Santeri Levas over ‘de stilte van Järvenpää’. Zo wordt de laatste periode uit het leven van de Finse componist genoemd. In die dertig jaar voegde Sibelius nauwelijks nieuwe werken aan zijn oeuvre toe. Hij dronk, hij ontving gasten, hij luisterde naar zijn eigen muziek over de radio en hij wandelde in de bossen rond zijn huis Ainola. Van over de hele wereld kreeg hij brieven waarin steeds die ene vraag terug kwam, was er al een achtste symfonie. Toen Santeri Levas zelf de stoute schoenen aantrok en hem er naar vroeg, antwoordde Sibelius dat hij altijd nog componeerde. ‘Mijn achtste is al heel vaak “af” geweest. ’s Nachts droom ik dat ik mijn symfonie dirigeer, die heb ik dan helder voor ogen.’

Het concert met de kinderen was een groot succes. Staande ovatie van de hele school. Kennelijk was ook Jamie tevreden. Toen hij de Bongo’s terug bracht, zei hij, ’Hoorde je dat, ik deed ’t!’

Eerder verschenen in deKlank januari 2013

Oude tijden

Op een avond eind december zag ik hem voor het van Abbe staan. Het was donker, het regende zacht, in de verte knalde vuurwerk. Dat kon hem niks schelen. Hij staarde onverzettelijk omhoog in de zwarte nachtlucht, zijn bronzen jas blonk mat in het licht van voorbijrijdende auto’s.

Het standbeeld dat Auguste Rodin van schrijver Honoré de Balzac maakte,  werd in 1965 door de gemeente Eindhoven aangekocht en in de tuin van het museum gezet. Daar ging een storm van protest aan vooraf. Het kostte 150.000 gulden. Dat was veel geld, zeker voor een kunstwerk, vandaar die storm.

Lang voordat hij standbeeld werd, schreef Honoré de Balzac in 1841 een boekje dat Fysionomie van de ambtenaar heet. Hij beschrijft daarin verschillende typen ambtenaren. Een daarvan heet de baantjesvergaarder, maar had ook goed de muzikant kunnen heten.  Zijn beschrijving gaat zo:

 Deze ambtenaar valt op door zijn vlijt. ’s Avonds is hij muzikant en speelt hij klarinet of hobo in de Opéra-Comique; van zeven tot negen is hij boekhouder bij een handelaar. Door in het theater in een stuk hout te blazen en ’s ochtends bloed en water te zweten, verdiend hij negenduizend frank. De baantjesvergaarder legt zich toe op de kunsten en zoekt omgang met kustenaars. Hij is verzot op het organiseren van concerten, waar alle ambtenaren van de afdeling vrijkaartjes voor krijgen, want vanwege de repetities moet hij uiterst toegeeflijk worden behandeld. Aangezien hij een heel goede muzikant is, gaat hij alleen naar generale repetities.

 Er zijn orkesten in Nederland die al snel een antwoord hadden op de bezuinigingen. Alle musici een 60% baan was daar een van. Zestig procent van een orkestsalaris is geen vetpot. In de veertig procent tijd die over blijft, zal moeten worden bijverdient. Dat een orkest in  perioden van een week werkt, maakt het lastig. Na drie weken fulltime repeteren en concerten geven, volgt een week met niets. Ik zie mezelf al solliciteren: ‘Ik heb af en toe een week de tijd, en oh ja, is er in uw bedrijf een ruimte waar ik in de pauze viool mag studeren?’

Oude tijden herleven. Men zal ons musici ‘uiterst toegeeflijk’ moeten behandelen. Eén geluk: Wij van Het Brabants Orkest zijn allemaal ‘hele goede muzikanten’. Dan houden we toch alleen nog  generale repetities.

Eerder verschenen in deKLank, tijdschrift van Het Brabants Orkest