Oude tijden

Op een avond eind december zag ik hem voor het van Abbe staan. Het was donker, het regende zacht, in de verte knalde vuurwerk. Dat kon hem niks schelen. Hij staarde onverzettelijk omhoog in de zwarte nachtlucht, zijn bronzen jas blonk mat in het licht van voorbijrijdende auto’s.

Het standbeeld dat Auguste Rodin van schrijver Honoré de Balzac maakte,  werd in 1965 door de gemeente Eindhoven aangekocht en in de tuin van het museum gezet. Daar ging een storm van protest aan vooraf. Het kostte 150.000 gulden. Dat was veel geld, zeker voor een kunstwerk, vandaar die storm.

Lang voordat hij standbeeld werd, schreef Honoré de Balzac in 1841 een boekje dat Fysionomie van de ambtenaar heet. Hij beschrijft daarin verschillende typen ambtenaren. Een daarvan heet de baantjesvergaarder, maar had ook goed de muzikant kunnen heten.  Zijn beschrijving gaat zo:

 Deze ambtenaar valt op door zijn vlijt. ’s Avonds is hij muzikant en speelt hij klarinet of hobo in de Opéra-Comique; van zeven tot negen is hij boekhouder bij een handelaar. Door in het theater in een stuk hout te blazen en ’s ochtends bloed en water te zweten, verdiend hij negenduizend frank. De baantjesvergaarder legt zich toe op de kunsten en zoekt omgang met kustenaars. Hij is verzot op het organiseren van concerten, waar alle ambtenaren van de afdeling vrijkaartjes voor krijgen, want vanwege de repetities moet hij uiterst toegeeflijk worden behandeld. Aangezien hij een heel goede muzikant is, gaat hij alleen naar generale repetities.

 Er zijn orkesten in Nederland die al snel een antwoord hadden op de bezuinigingen. Alle musici een 60% baan was daar een van. Zestig procent van een orkestsalaris is geen vetpot. In de veertig procent tijd die over blijft, zal moeten worden bijverdient. Dat een orkest in  perioden van een week werkt, maakt het lastig. Na drie weken fulltime repeteren en concerten geven, volgt een week met niets. Ik zie mezelf al solliciteren: ‘Ik heb af en toe een week de tijd, en oh ja, is er in uw bedrijf een ruimte waar ik in de pauze viool mag studeren?’

Oude tijden herleven. Men zal ons musici ‘uiterst toegeeflijk’ moeten behandelen. Eén geluk: Wij van Het Brabants Orkest zijn allemaal ‘hele goede muzikanten’. Dan houden we toch alleen nog  generale repetities.

Eerder verschenen in deKLank, tijdschrift van Het Brabants Orkest

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s