Expo: PEK salon #23: EXPLORERS Willemijn Saaltink tekeningen, Selina Suominen schilderijen.

Eindhovens kunstenaars platform PEK organiseert in TAC al jaren salons. Twee kunstenaars exposeren naast elkaar in ‘de Schelp’, een ronde ruimte in het TACgebouw. Gisteren opende aflevering 23.

Willemijn Saaltink ken ik van haar grote tekeningen, houtskool op papier, waarvan je het formaat eerder in meters dan in centimeters meet. In deze expo laat ze voor het eerst ook klein werk zien. En klein is echt klein: 32×24 cm en 14,8×21 cm. Zeg maar A4’tjes en A5’jes. Willemijn laat zich inspireren door natuur, door groeiprocessen. Haar tekeningen lijken organisch op het papier gegroeid. ‘Ik heb moeten ontdekken hoe dat gaat op zo’n klein formaat’, vertelt Willemijn. ‘Het vel is zo vol, tijd om er helemaal in op te gaan is er bijna niet. Maar het was ook bevrijdend, als het mislukt, is dat niet erg.’

Groot of klein, de vormentaal is heel herkenbaar. Het zich herhalende, uitdijende en krimpende. De webachtige structuren. Motiefjes, die ik maar even ‘vogeltjes’ noem en die uitzwermen over de metersgrote houtskooltekening, keren terug in een van de A5’jes.

Ook Selina Suominen’s werk gaat over natuur, maar dan over wat de mens daar mee doet. De ingeperkte, kunstmatige natuur. De vier schilderijen (acryl op linnen, en acryl en spraypaint op linnen, 120×100 cm) hebben intrigerende titels: Hazard, In the hall of the mountain king, Motivated by love of adventure en Atom. Selina: ‘Voor Hazard liet ik me inspireren door de Japanse cultfilm Tetsuo (van Shin’ya Tsukamoto) Een man bouwt zichzelf stap voor stap om tot machine. De overgangen tussen techniek en biologie interesseren mij. Ik ben geen schílder-schilder. Mijn werk conceptueel noemen, gaat misschien te ver, maar er ligt wel altijd een idee aan ten grondslag.’

De wonderlijke kleur blauw van In the hall of the mountain king heeft waarschijnlijk een prachtige, exotische naam, denk ik als ik voor het schilderij sta. Die kleur zuigt je naar binnen. In de grot van de bergkoning is het donker. Het is alsof je kijkt door een night vision apparaat. Er fonkelen kristallen.

Deze expo is nog te zien op: zaterdag 31/8 en zondag 1/9. En op zaterdag 7/9 en zondag 8/9 (Hallo Cultuurdag). Openingstijden van 12.00 tot 17.00 uur. TAC Vonderweg 1 Eindhoven

http://www.willemijnsaaltink.nl/
http://www.selinasuominen.nl/
http://www.stichtingpek.nl/
http://www.tac.nu/

Klik op foto om te vergroten:

Advertenties

Updike en Murakami: 2 schrijvers, 2 boeken, 4 manen

Naar het einde der tijden van John Updike speelt zich af in het jaar 2020. De tekst van deze roman is het dagboek van hoofdpersoon Ben Turnbull. Beginnend en eindigend met sneeuw beschrijft hij een jaar uit zijn leven, in zinnen die zich wellustig over de bladzij vertakken en waar geuren van een constant woekerende, uitbottende, en weer verrottende natuur welhaast fysiek uit op wasemen.

…en de ene dahlia was in mijn afwezigheid gegroeid en uitgedijd tot een kleine boom propvol bloemen met de blozende kleur van jonge schaamlippen. De tuin leek boosaardig aan het rotten geslagen: overal bevonden zich naamloze, loodgrijze aardwoekeringen, die grotten en vrijplaatsen vormden voor slakken en kraalbuikige hooiwagens met sierlijk geëvolueerde, giftige kaken.

Turnbull, zesenzestig jaar, gepensioneerd beleggingsadviseur, zoekt zijn weg nadat heftige gebeurtenissen de wereld hebben veranderd. Vage criminele bendes, maar ook een bedrijf als de FedEx, hebben overheidstaken overgenomen, innen belasting of bieden maffia-achtig bescherming. Ben Turnbull verzet zich tegen de naderende dood, speelt golf, denkt over kwantummechanica en probeert zich staande te houden naast zijn nog levenslustige vrouw.

Nergens wordt het door je strot geduwd dat je in de toekomst bent.  In dit boek geen futuristische apparaten of ‘beam me up Scotty’- achtige taferelen. Kleine ongerijmdheden vervreemden de sfeer en maken dat je je afvraagt: In wat voor een wereld ben ik beland? Een veranderde wereld waarin twee manen aan de hemel staan:

Boven mij, in een lucht die reeds het vaalblauw van de  middag vertoont, hangen twee manen: een halve, die het hemelsblauw absorbeert door haar dunne, poreuze breukvlak, en een kleinere, zelfs nog blekere en ijlere maan. Aangenomen dat de eerste, evenals de zon, ongeveer een halve graad beslaat van de honderdtachtig graden tellende hemelboog, neemt deze tweede hooguit een zesde graad in. Ze lijkt op een honingraad, met een paar nauwelijks zichtbare aanhangsels, stompe libellenvleugels.

Die twee manen komen bekend voor. Haruki Murakami laat ze opstijgen aan de nachthemels van zijn trilogie 1q84. Aomame kijkt er naar en weet dat ‘iets in de wereld is veranderd’.

Aan de hemel stonden twee manen. Een kleine maan, en een grote. Naast elkaar dreven ze door de lucht. De grote maan was dezelfde vertrouwde maan als altijd – een gele maan, bijna vol. Maar daarnaast hing nog een maan, een andere maan. Een maan met een ongewone vorm. Enigszins verwrongen, met een kleur alsof hij overgroeid was met dun groen mos. Dat was het tafereel dat ze aanschouwde.

1q84 speelt zich af in het jaar 1984. Een jaartal dat in ons verleden ligt, maar dat door de roman 1984 van George Orwell  nog altijd een toekomstachtige bijsmaak heeft. Vlak voordat Aomame in het begin van het eerste deel uit de taxi stapt om naast de snelweg  een stalen noodtrap af te dalen, waarschuwt de taxichauffeur haar: ‘Laat u door schijn niet bedriegen, er is altijd maar één realiteit’,  zegt hij. Maar wie Naar het einde der tijden of 1q84 leest, weet: Er zijn altijd meer realiteiten dan je denkt.

1q84 cover        updike cover

Illustratie boven: Julien Pacaud http://www.julienpacaud.com

Naar het einde der tijden, John Updike, 1997, De Arbeiderspers, vertaling Anneke van Huisseling, ISBN 9789029549943

1q84, Haruki Murakami, 2009, Atlas, vertaling Jaques Westerhoven, ISBN 9789045098616

Artsy: Uitzicht op strand voor elke portomonee

Op kunstsite Artsy.net kun je kiezen uit 30.000 kunstwerken. Profiel aanmaken, categorie invoeren, prijsklasse bepalen, bladeren maar. En heb je dan iets moois gevonden, zoekt Artsy nog meer kunstwerken voor je uit. Die vindt je ook mooi, want ze lijken op dat ene werk dat je net uitkoos. Zo is Artsy gemaakt. Geweldig. Ben je eenmaal begonnen, dan hou je niet meer op. Kunstwerken lokken kunstwerken uit: Een verslavende ervaring.

‘Zoek eens in Photography…’
Ja, leuk, doe mij maar meteen de duurste! Schiet op, klik op: boven de 50.000 dollar…’

vitali strand scene

Van Massimo Vitali heb je dan dit prachtige strandgezicht. Prijs: tussen 30.000 en 40.000 dollar. Maar voor minder zijn er ook superstrandjes verkrijgbaar. Wat dacht je van deze:

JulietteCharvet-LIDOBEACH-4

Of deze:

JulietteCharvet-LIDOBEACH-1

Die zijn van Juliette Charvet. Al vanaf 750 dollar, en dan heb je nog meer ruimte ook, én een palmboom, én strandstoelen!

Of deze:

artwork_images_116810_694228_tomio-seike

Een bijna leeg strand van Tonio Seike. Helemaal voor jezelf, op die ene wandelaar na. De prijs wordt niet vermeld. ‘Contact opnemen met de galerie’, staat erbij. Zoveel ruimte is onbetaalbaar.

Nog meer leuke mogelijkheden op Artsy? Er is een View in room knop. Als je er op drukt verplaatst je kunstwerk zich razendsnel naar een museummuur om daar vervolgens braaf boven een bankje te gaan hangen. Kun je fijn inschatten hoe groot het in het echt is. Bij Auction results check je wat de kunstenaar van je voorkeur op de veiling deed. Deze Hellen van Meene, geschatte waarde 3000 tot 5000 pond, ging op de veiling voor 125 over de toonbank. Toch handig om te weten.

Hellen-Van-Meene

Hoewel, deze (ook Hellen van Meene) deed het wél heel goed:

meene-hellen-van-1972-netherla-untitled-girl-in-playground-1439006

Moest ook 3000 tot 4000 pond kosten, bracht 3840 op…

Hoe dan ook, kunstliefhebbers: Een avondje Artsy, saampjes op de bank met laptop of iPad, plezier gegarandeerd!

http://artsy.net

Boek: Het leven van Benvenuto Cellini door hemzelf verteld

Natuurlijk, in films en games lijken wij geen genoeg te kunnen krijgen van geweld. Maar om vandaag de dag een standbeeld van iemand die triomfantelijk een net afgesneden hoofd de lucht insteekt op –  noem maar eens een plek – de Dam te plaatsen, dat is onvoorstelbaar. Ooit lag dat anders: Cosimo I de’ Medici liet de Perseus van Benvenuto Cellini ongegeneerd op de Piazza della Signoria, hartje Florence, zetten. Maar dat was dan ook de zestiende eeuw.

Wie een kijkje wil nemen in die zestiende eeuw kan de autobiografie van Cellini lezen. Hij was behalve goudsmid en beeldhouwer een begenadigd verteller. Hij dicteerde zijn levensverhaal in zijn werkplaats aan een veertienjarige leerjongen. Niet in het Latijn, dat toch de boekenschrijverstaal van die tijd was, maar gewoon in zijn eigen Florentijnse dialect. Wie het boek openslaat, doet een deurtje open naar de zestiende eeuw. Het is alsof Cellini naast je staat en tegen je praat. Met schaamteloze trots doet hij verslag van zijn avontuurlijke leven. Hij was in dienst van pausen en edellieden, zelfs iemand als Michelangelo bewonderde zijn werk, hij schoot kanonnen af in oorlogen en werkte voor de Franse koning, die hem als dank een klein kasteel cadeau deed. Uitvoerig doet Cellini uit de doeken met welke technische hoogstandjes hij het voor elkaar kreeg het enorme bronzen gietsel, dat het standbeeld van Perseus is, te maken.

Niet minder schaamteloos doet Cellini verslag van zijn misdaden. Hij werd meermaals veroordeeld en gevangen gezet of verbannen.

Ik pakte een kort, scherp dolkje van me, drong door de rij van zijn verdedigers, en greep hem in zijn borst: ik deed dat zo snel en doortastend dat niemand van de aanwezigen het kon verhinderen. Ik mikte op zijn gezicht, maar van schrik wendde hij zijn hoofd af zodat ik hem vlak onder zijn oor trof, daar stootte ik twee keer stevig door en bij de tweede stoot viel hij dood onder mijn handen neer.

Moord, openlijke geweldpleging, onzedelijke handelingen, hij heeft het allemaal op zijn kerfstok. Maar nooit neemt hij een blad voor de mond. Hij laat alles zien. Hij was dan ook een zestiende-eeuwer.

Het leven van Benvenuto Cellini door hemzelf verteld, vertaald en ingeleid door Corinne van Schendel en Henriëtte van Dam van Isselt, verscheen bij Atheneum – Polak & Van Gennep, Amsterdam 2000 ISBN 9789025306502

1

Expo WOW bij Galerie Nasty Alice

Naast een heleboel keramiek, dat toch al in de kasten stond, is bij Galerie Nasty Alice nog veel meer werk met een keramieke uitstraling te zien, én werk van twee schilders en een tekenaar.

Marianne van Heeswijk assembleerde 3d collages van allerlei oude en nieuwe ‘gevonden’ voorwerpen als kopjes, schoteltjes, theepottuitjes – vandaar die keramieke uitstraling – sieraden, blikjes, foto’s en kitscherige dierenbeeldjes of onderdelen daarvan. Kijkend naar die werken, die als geheel een fonkelnieuwe, glimmende wereld vormen, ontdek je dan opeens een voorwerp dat je herkent: Hé, dat stenen hertje had ik vroeger in m’n letterbak, of: Kijk, daar zit net zo’n halogeenlampje als in het badkamerplafond.

Verder schilderijen van Anne Vincent Dijkstra: Wow, helemaal geschilderd met alleen Pruisisch blauw en wit; wát een werk en wát een details, of nee, toch geen details, eigenlijk zie ik duizenden kleine kleurvlakjes. En schilderijen van Roos van der Vliet: Ook wow, nog meer superknap schilderwerk, en wat een mooie, intrigerende meiden. De grote landschappelijke tekeningen op papier van Simone Hooymans, met min of meer verstopte dierfiguren – en hé, uit dat dier steekt een menselijke voet – zijn dan opeens veel ingetogener, en minder van de wow factor.

Anne Vincent Dijkstra:

nasty 007

Roos van der Vliet:

nasty 006

Simone Hooymans:

nasty 005

WOW is te zien van 3 augustus t/m 14 september in Galerie Nasty Alice, Sint Antoniusstraat 10, Eindhoven.

http://www.galerienastyalice.nl/home

The Moth

‘U vindt het misschien gek, dat ik hier voor de composthoop sta, maar dat is het niet’, zei de vrouw tegen haar publiek. Ze frutselde wat aan de kleine ghettoblaster die voor haar op een boomstronk stond, ging bij de microfoon staan en vertelde:  ‘Ik ben danseres maar al wat ouder. Het werd moeilijker werk te vinden. Ik moest een nieuwe doelgroep zoeken. Het bemiddelingsbureau voor verouderde dansers wees mij op de begrafenisindustrie.’ Ze had een licht Duits accent, de woorden rolden uit haar mond als pareltjes, het leek een welkomstpraatje, maar de voorstelling was begonnen. Daarna danste ze, of eigenlijk danste alleen haar haar – ‘want de ruimte naast een doodskist is beperkt’ – en net als bij het Canto Ostinato, de muziek waar ze op danste, werden de patronen van repeterende beweginkjes steeds veelvormiger, steeds groter en heftiger, tot ze, zichtbaar duizelig, plotseling stopte. ‘Normaal duurt mijn voorstelling wel vijftig minuten’, zei ze buiten adem, ‘maar er waren veel begrafenissen de laatste tijd, nu heb ik eerder last van mijn nek.’

Ulrike Doszmann opende met haar hypnotiserende dans The Moth. Dat is het jaarlijkse ‘kunstfeestje’ in de natuur van Marcel de Buck en Gam Bodenhausen. Dit jaar is er werk te zien van Simon Kentgens en Esther Kokmeijer. Bij de opening traden ook op: Kees de Haan (gedichten) en Oldseed (muziek).

http://www.the-moth.be

moth 040

Kees de Haan presenteerde gedichten -met frisse tegenwind.

Werk van Simon Kentgens -‘kijk uit waar je loopt, ’t is bijna niet te zien’, werden we gewaarschuwd:

Boek: ‘Vader’ van Karl Ove Knausgard

Ja écht, Knausgård schrijft weergaloos over zijn jeugdherinneringen, zoals over die winternacht waarop hij stiekem met een vriendje naar een feest ging, en ja, zijn gedetailleerde verslag van de ontluisterende dood van zijn vader is van een onthutsende eerlijkheid, maar minstens zo bijzonder zijn z’n passages over het meest alledaagse; als hij schrijft over bijna niets eigenlijk. In deel twee (Liefde) voegt zijn vriend Geir hem toe: ‘Jij kunt mensen zover krijgen dat ze met tranen in de ogen twintig pagina’s over een bezoek aan de wc lezen’, en zo is het: Een verandering in het licht door een opkomende wolkenformatie, het geluid van een terugspoelende videorecorder, zijn vader – voor wie hij zo bang is dat hij constant een soort gevoelsantenne op hem afstemt – die een sigaret opsteekt in de andere kamer. Beschrijvingen die het rauwe leven tastbaar maken.

In de kamer ging pappa even verzitten in zijn stoel. Er klonk zacht gerammel van een doosje lucifers, het volgende moment een korte ‘rits’ van het zwavelkopje dat over het strijkvlak kraste en daarna het schurende geluid toen het ontbrandde, dat als het ware verstomde in de stilte van de vlam die er op volgde.

Vader is geen roman met ‘personages’ en een ‘plot’. In een grootse beweging neemt Knausgård je mee door zijn eigen leven en naar de extremen van het menselijk landschap: van het straaltje pis dat naar beneden sijpelt langs de stoelpoot van oma, tot grootse gedachten over kunst en bewustzijnsgeschiedenis; want ook die vind je in dit boek.

Deel één uitgelezen, net begonnen aan deel twee. Geruststellende gedachte dat me nog vier dikke delen van deze verslavende leeservaring te wachten staan!

Vader is het eerste deel van een zesdelige cyclus met de toch ietwat verontrustende titel Mijn strijd. Deel twee en drie (Liefde en Zoon) verschenen ook in het Nederlands (vertaling: Marianne Molenaar) het vierde deel (Nacht) wordt verwacht in het najaar. Uitgeverij de Geus. ISBN 9789044524529

Kijk hier naar Knausgard zelf. Hij leest uit Vader en vertelt: