Opendeurdag Antwerpse Modeacademie, interview met een student

De Antwerpse Modeacademie hield afgelopen zaterdag ‘opendeurdag’. Deze academie, die tot tot de absolute wereldtop behoort, trekt studenten aan van over de hele wereld. Een van de eerstejaars studenten komt uit Nederland. Hij heet Rushemy Botter. Na een MBO modeopleiding studeerde hij eerst een jaar aan het KABK in den Haag, en nu dus aan het prestigieuze mode-instituut in België.
In het eerstejaarslokaal hangen de wanden vol met tekeningen. De tafels zijn bezaaid met papier, lappen stof, boeken, dummies, scharen en potloden. Zo’n twaalf studenten zijn er aan het werk. Er word getekend, geschreven, geschoven met lapjes stof en papier, én gezellig gepraat. Rushemy is aan een tafeltje bij het raam gaan zitten, en vertelt over de opleiding.

‘Ik had toelating gedaan in Antwerpen en was aangenomen. Maar een week voordat de studie van start zou gaan, kreeg ik een belletje. Er was een probleem. Ik mocht niet beginnen want ik had geen gymnasiumdiploma of HBO propedeuse op zak. Daarom ben ik naar het KABK in den Haag gegaan. Ik heb er mijn propedeuse gehaald. Gelukkig blijft een toelating in Antwerpen een jaar geldig. Nu zit ik hier.’

antwerpenb

Rushemy Botter met medestudenten

Jij hebt op het MBO goed leren naaien. Moet je goed kunnen naaien om te worden aangenomen in Antwerpen?
‘Nee hoor, er zijn hier studenten die helemaal niet kunnen naaien. Dat is voor hen wel een nadeel. Zij moeten in het eerste jaar veel stappen zetten.’

Wat is de beste voorbereiding om hier te worden toegelaten? Is het handig om, zoals jij, eerst MBO mode te doen?
‘Nee, er zijn hier studenten die direct van het Gymnasium komen, die hebben nog nooit iets met mode gedaan. Er was hier een jongen die was naar Parijs Fashionweek gegaan. Daar dacht hij, oh leuk, mode. Hij had nog nooit iets met mode gedaan en kon absoluut niet tekenen. Daar is hij heel open over geweest. Hij heeft zich ingeschreven en na drie weken toelating gedaan. Ik denk dat hij is aangenomen om zijn persoonlijkheid. Hij is vorig jaar afgestudeerd. Kijk, die docenten hier geven al twintig jaar les, die zien meteen of iemand het heeft.’

Wat is het grootste verschil tussen de academie hier en die in Nederland?
‘Oh jee, ga je dat echt allemaal opschrijven?’ Hij lacht. ‘Weet je wat het is: Je zit hier heel dichtbij de echte modewereld. Iemand als Dries van Noten komt hier gewoon binnen wandelen. De docenten zitten in het vak. Ze maken collecties. Onze docent Walter van Beirendonck – misschien zag je hem beneden, hij zit achter een tafeltje om  uitleg te geven aan bezoekers van de open dag –  hij doet zelf mee aan Parijs Fashionweek. De connectie met de echte wereld is dus heel kort. Daarbij is het hier veel intensiever. Het is echt innovatieve mode die je hier moet maken. In het begin maakte ik hier hetzelfde als wat ik in den Haag deed. Daar kreeg ik kritiek op. Het was niet modisch genoeg. Het moest vernieuwend zijn. Dit is een heel internationale school. Studenten komen van over de hele wereld hier naar toe. Uit Frankrijk, Canada, Japan, China, Australië.’

Dus de opleiding is zwaarder dan die in den Haag…
‘Veel zwaarder! Ik ben altijd met school bezig: thuis, in het weekend, in de pauze, als ik naar school loop. De druk om te presteren is hoog. Je voelt de competitie tussen de studenten. In het begin gaf iedereen elkaar nog complimentjes, “Hé, mooi wat je doet”, zeiden ze dan. Dat wordt nu minder. Maar je moet niet teveel met de anderen bezig zijn, gewoon op je zelf concentreren. Iedereen heeft toch zijn eigen stijl. Daar kun je juist inspiratie uit halen. Sommigen vragen zich te veel af of de lerares hun werk wel goed zal vinden. Zo bezwijk je onder de druk, en val je af. Beter om gewoon lekker je eigen ding te doen. Ik vind het heerlijk om onder druk te werken. Dan presteer ik het beste.’

Wat voor vakken heb je?
‘We krijgen vakken als modetekenen, modeltekenen, coupe, modegrafiek, digitale beeldverwerking en textielprognose. Daarnaast ook kunstgeschiedenis, kunstfilosofie en historisch onderzoek. Het is een heel programma. Maandag beginnen we om negen uur. De leraren komen dan meestal om een uur of elf. Dat geeft niet. Je hebt altijd meer dan genoeg te doen. Iedereen is zelfstandig aan het werk. De lerares komt bij elke student langs, bekijkt het werk, de research die je gedaan hebt. Dat bespreekt ze dan met je, en daar neemt ze bij iedereen de tijd voor. Echt persoonlijke begeleiding. Dat vind ik goed aan deze opleiding.’

Wat heb je dit jaar gemaakt?
‘Een rok, en nu zijn we bezig met een shirt-dress. Daarna moeten we een experimenteel stuk maken, geïnspireerd op een jacket. Mijn werk is met dat van drie anderen uitgekozen om te worden gefotografeerd. Uit die foto’s worden er weer twee uitgekozen. Die mogen in een magazine…’

antwerpen c

Rok van Rushemy Botter

Is het duur om hier mode te studeren. Je moet altijd veel materialen en stoffen kopen…
‘Het collegegeld is hier maar ongeveer een derde van het bedrag dat je in Nederland betaalt. Materialen moet je kopen. Dat kost geld. Maar het is aan je eigen creativiteit. Je kunt de duurste dingen kopen, maar je kunt ook iets goedkopers halen en daar iets heel moois mee neerzetten. Het is dus niet zo dat diegene met het meeste geld, en de duurste stoffen, de beste punten haalt. Het gaat erom dat je een mooie collectie neerzet. Iedereen doet dat op zijn eigen manier en met zijn eigen middelen. De meeste studenten moeten de eindjes aan elkaar knopen.’

Hoe lang moet jij nog studeren?
‘Nog ruim drie jaar.’

Ga je het volhouden?
‘Zeker! Het gaat lekker. Ik haal mooie cijfers. Ik zit hier goed op mijn plek.’

En daarna? Wat is jouw droombeeld van wat je doet als je bent afgestudeerd?
‘Naar Parijs, of New York. Voor mezelf beginnen. Een eigen label. Ik kan niet voor een baas werken. Het gaat me zeker lukken: als je hier van school komt, sta je in de picture. Er komen zoveel belangrijke mensen uit de modewereld kijken naar de eindexamenshow. De show is je visitekaartje.’

Mis je iets op deze school?
‘Eigenlijk niets nee. Helemaal niets… Nou ja, misschien water in de automaat op de gang.’

 

_DSC8896

In het tweede jaar maken de studenten een historisch kostuum

 

antwerpen 520

antwerpen 510

Rok van eerstejaars student

 

voor meer info over de opleiding, klik hier

 

 

Advertenties

Masterclass etsen van Stijn Peeters

In Grafisch Atelier Daglicht in Eindhoven is werk te zien van deelnemers aan de masterclass etsen van Stijn Peeters. In de vierdaagse cursus kwamen technieken aan bod die een schilderachtige manier van etsen mogelijk maken. In eerdere edities heette de cursus nog ‘etsen voor schilders’, maar dan dachten kunstenaars die niet schilderden dat ze niet mochten komen. En de cursus is bedoeld voor alle kunstenaars die met deze grafische technieken willen leren werken.

In een van de vitrinekasten, die in het midden van de ruimte staan, liggen bewerkte etsplaten. Matzwarte en grijsbruine tinten op glanzend zink. Stijn Peeters buigt zich over de kast en vertelt over de verschillende processen. Er wordt gebruik gemaakt van stoffen als verzadigd suikerwater, zout, verstoven dennenhars, zeep, gom, asfaltpoeder in spiritus en zout. Door de platen langer of korter in het zuur te laten bijten, ontstaan verschillende grijstinten; van lichtgrijs, tot diep zwart.‘En dit is nog maar het topje van de ijsberg’, zegt Stijn Peeters. ‘Met deze technieken is zó veel mogelijk’.

Wat er allemaal mogelijk is, kun je zien aan de wanden en in de vitrinekasten. Daar hangen en liggen de werken van de kunstenaars die deelnamen. Een rijkdom aan verschillende zwarten en grijzen; vlakken, lijnen en structuren.

Er is ook werk van de meester zelf. Aan de wand hangt een grote ingekleurde ets getiteld Arabesque.  In een vitrinekast liggen een twaalftal etsen uit de map Schildersbuurt. Deze straattafereeltjes laten in technisch opzicht kleine verschillen zien. Het ene is ingekleurd met aquarel, het andere zwart-wit; sommige meer opgebouwd uit lijnen, andere uit vlakken. Toch zie je meteen dat ze bij elkaar horen. Het zijn straatscènes uit een moderne volksbuurt. Mannen in joggingpak laten ‘s avonds hun hond uit, zetten nog even de vuilniszakken buiten of hangen schijnbaar doelloos rond op nachtelijke pleintjes. Ontroerend dat Stijn Peeters van die enigszins troosteloze realiteit zulke prachtige etsen maakt. Het is de tegenstelling tussen inhoud en vorm, denk ik. Zo’n slonzige vent, met zijn kakkende hond aan een lijntje, je zou wegkijken als je er langs liep. Maar niet Stijn Peeters. Hij kijkt wel en legt vast. En dan niet even vlug met de klik van een camera, nee, hij kiest voor het bewerkelijke, trage medium de ets. Daarmee is hij een bijzondere chroniqueur van onze tijd.

schildersbuurt stijnpeetersstijnschilderijets

Kunstenaars die deelnamen aan de masterclass: Aagje linssen, Suus Touw, Aura op den Camp, Miek van Dongen, Patricia Smits, Yvonne van den Herik, Sjoerd van Lankveld, Tijs Rooijakkers, Lisetteh, Hannie Vonsée, Laura Casas Valle.

Nog voor de zomervakantie geeft Stijn Peeters weer een masterclass etsen. Aanmelden en info bij Grafisch Atelier Daglicht.
www.grafisch-atelier-daglicht.nl
stijnpeeters.com

Aura op den Campaura

Aura Op den Camp

lisettehLisetteh

etsenMiek van Dongen