Berichten van machielswillens

Masterclass etsen van Stijn Peeters

In Grafisch Atelier Daglicht in Eindhoven is werk te zien van deelnemers aan de masterclass etsen van Stijn Peeters. In de vierdaagse cursus kwamen technieken aan bod die een schilderachtige manier van etsen mogelijk maken. In eerdere edities heette de cursus nog ‘etsen voor schilders’, maar dan dachten kunstenaars die niet schilderden dat ze niet mochten komen. En de cursus is bedoeld voor alle kunstenaars die met deze grafische technieken willen leren werken.

In een van de vitrinekasten, die in het midden van de ruimte staan, liggen bewerkte etsplaten. Matzwarte en grijsbruine tinten op glanzend zink. Stijn Peeters buigt zich over de kast en vertelt over de verschillende processen. Er wordt gebruik gemaakt van stoffen als verzadigd suikerwater, zout, verstoven dennenhars, zeep, gom, asfaltpoeder in spiritus en zout. Door de platen langer of korter in het zuur te laten bijten, ontstaan verschillende grijstinten; van lichtgrijs, tot diep zwart.‘En dit is nog maar het topje van de ijsberg’, zegt Stijn Peeters. ‘Met deze technieken is zó veel mogelijk’.

Wat er allemaal mogelijk is, kun je zien aan de wanden en in de vitrinekasten. Daar hangen en liggen de werken van de kunstenaars die deelnamen. Een rijkdom aan verschillende zwarten en grijzen; vlakken, lijnen en structuren.

Er is ook werk van de meester zelf. Aan de wand hangt een grote ingekleurde ets getiteld Arabesque.  In een vitrinekast liggen een twaalftal etsen uit de map Schildersbuurt. Deze straattafereeltjes laten in technisch opzicht kleine verschillen zien. Het ene is ingekleurd met aquarel, het andere zwart-wit; sommige meer opgebouwd uit lijnen, andere uit vlakken. Toch zie je meteen dat ze bij elkaar horen. Het zijn straatscènes uit een moderne volksbuurt. Mannen in joggingpak laten ‘s avonds hun hond uit, zetten nog even de vuilniszakken buiten of hangen schijnbaar doelloos rond op nachtelijke pleintjes. Ontroerend dat Stijn Peeters van die enigszins troosteloze realiteit zulke prachtige etsen maakt. Het is de tegenstelling tussen inhoud en vorm, denk ik. Zo’n slonzige vent, met zijn kakkende hond aan een lijntje, je zou wegkijken als je er langs liep. Maar niet Stijn Peeters. Hij kijkt wel en legt vast. En dan niet even vlug met de klik van een camera, nee, hij kiest voor het bewerkelijke, trage medium de ets. Daarmee is hij een bijzondere chroniqueur van onze tijd.

schildersbuurt stijnpeetersstijnschilderijets

Kunstenaars die deelnamen aan de masterclass: Aagje linssen, Suus Touw, Aura op den Camp, Miek van Dongen, Patricia Smits, Yvonne van den Herik, Sjoerd van Lankveld, Tijs Rooijakkers, Lisetteh, Hannie Vonsée, Laura Casas Valle.

Nog voor de zomervakantie geeft Stijn Peeters weer een masterclass etsen. Aanmelden en info bij Grafisch Atelier Daglicht.
www.grafisch-atelier-daglicht.nl
stijnpeeters.com

Aura op den Campaura

Aura Op den Camp

lisettehLisetteh

etsenMiek van Dongen

Van ‘show don’t tell’, handen in John Williams’ Stoner

Waar schrijvers het over hebben als ze het over showing en telling hebben? Pak de roman Stoner van John Williams er maar eens bij. Williams schrijft met een kleine camera in de punt van zijn pen.  Bij scènes over de grootste, allesbepalende ‘life events’, zoomt Williams daarmee vaak in op kleine, maar O zo veelzeggende details. In het bijzonder op de handen van zijn personages. Waarom? Showing! Waarom handen? Vraag het een portretfotograaf: Handen vertellen meer dan gezichten, handen zetten geen maskers op, handen veinzen niet. Handen hangen bleek en krachteloos langs lichamen, handen trommelen met nerveuze vingers op tafelbladen, handen ballen zich tot vuisten totdat de knokkels wit zien.

In de roman Stoner, het levensverhaal van William Stoner, de boerenzoon die universitair docent wordt, komen de eerste handen close-up in beeld op bladzijde twaalf. Vader Stoner doet zijn zoon het voorstel in de stad te gaan studeren:

William legde zijn handen op het tafelkleed, dat onder het lamplicht dof glansde. Hij was nog nooit verder van huis geweest dan Booneville, vijfentwintig kilometer verderop. Hij slikte om zijn stem onder controle te houden.

Willen jullie echt dat ik ga? Vraagt William zijn ouders.

Zijn vader verplaatste zijn gewicht op de stoel. Hij keek naar zijn dikke, eeltige vingers, met kloven waarin het stof zo diep zat dat het niet kon worden weggewassen. Hij vouwde zijn vingers samen en hield ze boven tafel, bijna alsof hij aan het bidden was.

Vader antwoordt:

…’Soms als ik op het land ben denk ik…’ Hij zweeg even. Zijn vingers spanden zich en zijn gesloten handen vielen op de tafel neer. ‘Denk ik…’ Hij keek fronsend naar zijn handen en schudde zijn hoofd. ‘Komend voorjaar ga jij naar de universiteit. Je moeder en ik zullen ons wel redden.’

Verderop in het boek en eenmaal aan de universiteit besluit Stoner het voorbestemde pad te verlaten en de studie landbouw in te ruilen voor een studie Engelse taal en letterkunde. Hij volgt daarmee zijn hart, maar het is een slag voor zijn ouders.

Vader Stoner:

Als jij vindt dat je hier moet blijven en je boeken moet bestuderen, dan moet je dat doen. Je moeder en ik redden ons wel.’ Zijn moeder keek hem aan, maar zag hem niet. Ze had haar ogen dichtgeknepen. Ze ademde zwaar; haar gezicht vertrok alsof ze pijn had en haar tot vuisten samengeknepen handen waren tegen haar wangen gedrukt. Verbaasd besefte Stoner dat ze huilde.

En zo blijven de handen in deze roman het verhaal vertellen:

Als hij het meisje ontmoet dat zijn vrouw zal worden, zijn toekomstige echtgenote in een rampzalig huwelijk, en hij haar vraagt of hij nog eens langskomen mag:

‘O,’ zei ze. ‘Nou.’ Ze had haar dunne vingers in haar schoot samengevouwen, en daar waar de huid gespannen stond, kleurden de knokkels wit. Op de rug van haar hand zaten heel bleke plekken.

Als hij in conflict raakt met zijn collega Lomax:

In zijn stoel hangend keek Lomax recht voor zich uit, terwijl hij met zijn lange witte vingers op het spiegelende tafelblad trommelde.

Als hij Katherine Driscoll ontmoet, de studente met wie hij een affaire krijgt. De vrouw van wie hij houdt en van wie hij leert wat liefde kan betekenen.

…haar ogen schitterden en ze vouwde haar handen boven de tafel en ontvouwde ze weer. William Stoner trok een stoel naar voren en leunde aandachtig haar kant op. Ze waren zo dicht bij elkaar dat hij zijn hand kon uitstrekken om haar aan te raken.

Als hun geheime verhouding uitkomt en hij weet dat het nu onmogelijk wordt haar nog te zien:

…dat hij het meisje Driscoll zou moeten ontslaan en waarschuwde dat er een schandaal uit zou kunnen ontstaan.’
‘Nee,’ zei Stoner. Zijn handen deden pijn op de plek waarmee hij de leren leuningen van de fauteuil vastklemde.

En als hij op de laatste bladzijden sterft. Ook dat vertelt Williams niet, hij laat het zien. Waarmee hij het laat zien, dat laatste moment waarop het leven William Stoner verlaat? Met een close-up van Stoners handen, zijn handen die verslappen:

Zijn vingers verslapten, en het boek dat ze hadden vastgeklemd gleed langzaam en toen snel over het roerloze lichaam en viel de stilte van de kamer in.

Het zijn deze veelzeggende beelden – en nog veel meer – die Stoner tot zo’n ontroerend boek maken.

Stoner
John Williams
Vertaald uit het Amerikaans door Edzard Krol
Lebowsky Publishers, Amsterdam 2013
ISBN 9789048813834

Eén winterdag, twee rampen, twee kunstwerken (cd/boek)

Op 1 februari 2003 voltrokken zich twee rampen. Bij de ene stierven zeven astronauten. Zij verongelukten met spaceshuttle Columbia die vlak voor de landing, op zestig kilometer hoogte, uit elkaar spatte. Bij de andere vond een twaalf jarige jongen de dood. Hij gooide hij een sneeuwbal naar een auto op het parkeerdek van station Rotterdam Zuid. De bestuurder van de auto stopte, stapte uit en schoot hem dood. Het spaceshuttle programma werd tijdelijk stopgezet. De dader van de moord op de jongen werd, wegens gebrek aan bewijs, nooit berecht.

Beide rampen waren aanleiding voor een kunstwerk. Peter Eötvös componeerde zijn vioolconcert Seven ter nagedachtenis aan de zeven astronauten. Alex Boogers schreef de novelle Wanneer de mieren schreeuwen over de geschiedenis van de jongen die een sneeuwbal gooide.

Een opname van Seven staat nu, met opnamen van vioolconcerten van Béla Bartók en György Ligeti, op de nieuwste cd van Patricia Kopatchinskaja. De noten van Seven lijken Kopatchinskay op het lijf geschreven. De expressieve violiste uit Moldavië, die liefst blootsvoets het concertpodium betreedt, heeft een regenboog aan klankkleuren op haar pallet. Ze laat haar viool afwisselend fluisteren en knarsen, smeken en brullen.
Seven bestaat uit twee delen. De vier zogeheten Cadenzas die samen het eerste deel vormen, zijn opgedragen aan de zeven astronauten en karakteriseren hen. Zo bevat de vierde Cadenza ‘voor Chawla en Ramon’ elementen uit de volksmuziek van India, het land waar Kalpana Chawla werd geboren.
Het getal zeven – Seven – verwijst natuurlijk naar de zeven astronauten, maar komt ook terug in de opstelling van het orkest in zeven instrumentengroepen. De zeven tutti violen staan, verwijderd van het ensemble, ruimtelijk opgesteld in de zaal. (lastig te vangen in een opname, maar op deze cd goed te horen!) Ze zijn – in de woorden van Eötvös – als zeven satellieten of zielen, die klinken en rondzweven in de ruimte. Eötvös: ‘Seven is een zeer persoonlijke monoloog en de muzikale expressie van mijn sympathie voor de zeven astronauten die hun leven verloren terwijl ze met hun ontdekkingsreis naar de ruimte  een fundamentele droom van de mensheid verwezenlijkten.’

In de novelle Wanneer de mieren schreeuwen van Alex Boogers wordt het drama van die ene jongen in de sneeuw het verhaal van de mens die, door het stomme noodlot getroffen, zijn dromen nooit zal kunnen verwezenlijken. Het boek gaat de eerste bladzijden over Boogers zelf. Hij rijdt per taxi naar de universiteit waar hij een lezing voor studenten zal geven. Een lezing over de kansen die ieder mens heeft, de mogelijkheid je leven in eigen hand te nemen, er een draai aan te geven, je droom waar te maken. De taxichauffeur, aan wie hij daarover vertelt, zegt: ‘U hebt het mis. Je bereikt niet altijd wat je wilt. Sommige botsingen zijn zo groots dat je uit je baan wordt geslingerd, in sommige gevallen voorgoed.’
En dan vertelt de taxichauffeur zijn verhaal. Het verhaal van zijn neefje Sedar Socrates Soares, de jongen die werd doodgeschoten omdat hij een sneeuwbal gooide. De jongen met het mooie haar van Rijkaard, de slungeligheid van Kanu, en de wimpers van Beyoncé, het voetbal talent van wie gezegd werd dat hij veel mensen gelukkig zou maken. Maar tegelijkertijd het verhaal van zijn Kaapverdiaanse familie in Nederland; over de zoektocht naar een nieuw leven, over mislukking en tegenslag, over hoop en belofte. En dat verhaal is dan de novelle, en aan het eind van die novelle rest Boogers op de laatste bladzijden geen andere mogelijkheid dan zijn geplande lezing maar te laten, en alleen nog dát verhaal aan de studenten te vertellen.

We keken allebei door ons raampje naar buiten.
‘Sneeuwpret,’ zei hij. ‘Mijn tante vond het zo’n mooi Nederlands woord.’
‘Dat is het ook.’
Gabriel knikte en keek voor zich uit.
‘Tot de winter die alles veranderde.’
‘Welke winter was dat?’
‘In 2003. 1 februari 2003, om precies te zijn. Toen begon de winter voor mij en mijn familie pas echt.’

kopatchinskaya   mieren

Bartók/Eötvös/Ligeti
Patricia Kopatchinskaja
Frankfurt Radio Symphony Orchestra
Ensemble Modern
o.l.v. Peter Eötvös
naïve

Wanneer de mieren schreeuwen
Alex Boogers
Podium b.v. Uitgeverij
ISBN 9789057595981

foto Patricia Kopatchinskaja: Marco Borggreve

Peformance Jolanda Jansen

Je kwam gewoon maar om te kijken. Nietsvermoedend sta je tussen de anderen. Dan komt zij in haar witte jurk naar je toe. Ze filmt je met haar camera. Je smoel meer dan levensgroot op het scherm. Ze drukt haar wang tegen de jouwe. Ze lacht haar tanden bloot, blaast haar wangen bol. Dan draait ze de camera. Ze filmt jou nu met zichzelf. Akelig groot zijn jullie op het scherm te zien. Het publiek kijkt toe. Ze wrijft haar lichaam langs jouw lijf, haar open mond gaat langs je wang.

Dit overkwam een aantal mannen tijdens een performance die Jolanda Jansen deed voor Galery Nasty Alice tijdens YOUNG ART NIGHT 3 in het Van Abbemuseum. Ze werden van hun stuk gebracht, ze kregen de kans niet om te bedenken hoe te reageren. Ze reageerden daarom puur. Maskers vielen af, primaire lichaamstaal bleef over. Intrigerend en ontroerend om te zien.

Wat zou jij doen?  Zou je hard weg lopen, of er voorzichtig tussen uit knijpen. Zou je stokstijf blijven staan, vooral niet laten zien dat het je raakt. Dat je het geil vindt, misschien. Je vrouw kijkt immers mee, ze zit daar op het bankje…  Of zou je meedoen, het niet willen verpesten?

Klik op foto voor vergroting in galerij:

Dit Weekend is in de Melkfabriek in den Bosch nog een werk van Jolanda Jansen te zien. Ze maakte het met Suuz van de Vaart voor Match. Samen gingen ze in het atelier een boomstam te lijf. Jolanda een hakte met een bijl aan de ene kant van de stam houtschilfers los, Suuz plakte die er aan het andere uiteinde van de stam weer op. Het doffe dreunen van de bijl, de twee in witte jurkjes gestoken vrouwen en het gestage vorderen van hun repetitieve handeling leverde een haast hypnotiserende film op. Die is, samen met wat er van de stam geworden is, te zien op de expo.

match2

Lees hier meer over Match, de andere kunstenaars.

Melkfabriek 15/11 t/m 24/11
Guldenvliesstraat 4a ’s Hertogenbosch
zaterdag en zondag open van 13.00 tot 17.00 uur

BL!NDMAN blaast Bach (cd)

Saxofoonkwartet BL!NDMAN bestaat 25 jaar. Om dat te vieren bracht het een cd uit met orgelwerken van Bach:  32 FOOT The Organ of Bach. Voor de gelegenheid is het kwartet uitgebreid tot kwintet. Naast de sopraan, alt, tenor en baritonsax, wordt de tubax bespeeld. Dat is een recent ontwikkelde contrabas-sax. Daarmee, en met wat elektronische hulpmiddelen, werd het mogelijk ook de allerlaagste pedaaltonen van het orgel tot klinken te brengen. 32 FOOT uit de titel verwijst naar de kolossale baspijpen van het kerkorgel, de zogenaamde 32-voeters, met hun zachte dreunen dat meer voelbaar dan hoorbaar is.

Bach’s muziek wordt wel vaker gespeeld op ander instrumentarium dan waarvoor die oorspronkelijk werd gecomponeerd.  Van strijktrio tot blokfluitkwartet, van marimba-ensemble tot zanggroepje, je kunt het zo gek niet bedenken, of het fluit, zingt, strijkt of roffelt Bach. Maar ook is Bach de lieveling van allerlei puristen, het kan hen niet authentiek genoeg zijn. In dat spanningsveld opereert BL!NDMAN op bewonderenswaardig integere wijze.

In het tekstboekje bij de cd staat dat BL!NDMAN bij het spelen van oude muziek eerder een vernieuwende transformatie dan een exacte imitatie op het oog heeft. Toch liet het ensemble zich voor deze cd coachen door een organist. (Reitze Smits) Misschien daarom dat de vijf mannen klinken als een orgeltje. Of eigenlijk moet ik zeggen, bíjna als een orgeltje: van de abstracte afstandelijkheid die het kerkorgel kan hebben, is geen sprake. Hier blazen echte mensen met mensenmonden.  Je hoort aanzet en adem. De lijnen lopen net iets vloeiender. Dat is zeer aangenaam.

Eric Sleichim, oprichter van BL!NDMAN en bespeler van de tubax, zegt in een interview dat hij steeds de intentie had zo dicht mogelijk bij het orgelgeluid te blijven. Maar binnen die orgelklank zijn op de cd enorme uitersten te beluisteren. Van stampend voetenwerk in het pedal exercitium in g klein – de vijf saxofonisten maken bijna voelbaar wat een moeite het een organist moet kosten om al de pedalen met zijn voeten te raken – tot een ragfijne melodie boven teder puffende akkoordjes in het Largo e spiccato van Concerto in d klein naar Vivaldi.

De opname is op een prettige manier ruimtelijk. De verleiding moet groot geweest zijn er een soort kerkakoestiek op te plakken, maar gelukkig heeft deze cd niet te veel galm.

BL!NDMAN is jarig, zijn nieuwste cd een feestje!

32 FOOT The Organ of Bach
BL!NDMAN [SAX]
Presented by KLARA
Warner Classics 5099944426927
Koen Maas, soprano saxophone
Roeland Vanhoorne, alto saxophone/soprano saxophone
Piet Rebel, tenor saxophone
Raf Minten, baritone saxophone
Eric Sleichim, tubax

DDW-tip #2: TAC

TAC mag je tijdens DDW zeker niet missen. Hier lijkt het design wel net iets minder ‘gedesigned’, iets minder gelikt dan op andere plekken in de stad. Dat is tijdens de designoverdosis van DDW een verademing. Loek Daemen toverde met behulp van architecten Maud Banning van Ateliereen Architecten en Mark Frerker de grote zaal van het TAC gebouw om tot een sfeervol designlabyrint. Via de uitgelegde route meander je fijn van de ene presentatie naar de andere.  Fotograaf Veerle Lijnse deed voor Dutch Art Monkeys een rondje TAC en schoot de volgende plaatjes:

(Klik op foto voor vergroting in galerij)

Als DDW zo goed als overal sluit, gaat TAC nog door tot 19.30 uur. En daarna lekker eten, drinken en nakletsen in het TAC café!
TAC Temporary Art Centre Vonderweg 1 Eindhoven. (tegenover PSV stadion)

Foto boven: burojet

DDW-tip #1: Modebelofte ’13 – Future Fashions

Elk jaar tijdens Dutch Design Week zijn er van die plekken waarvan iedereen zegt dat je ze gezien moet hebben. Dit jaar hoort De Kazerne daarbij. Het gonst door de stad. Naast design is hier ook mode te zien. Daarom: Dutch Art Monkeys DDW tip #1

Is it fashion? Is it fantasy?
A new generation of designers imagines the future
of fashion
experimenting  with new crafts,

science and technology

Modebelofte biedt een podium aan fashion design. Lekker dwalen door het het oude, scheefgezakte huisje aan de Paradijslaan en genieten van het werk van jonge modedesigners. Ze  komen van opleidingen in binnen- en buitenland – Antwerpen, den Haag, Londen, Venetië – en zijn niet langer dan vijf jaar geleden afgestudeerd.

Al snel stuiten we op het bordje ‘Hyper Crafts’. En inderdaad, het ambachtelijke, de tijdrovende materiaalbewerkingen en het minutieuze handwerk dwingen respect af. Die plooien, het haakwerk, al die bijeengevlochten tyraps, de broek van kleurige plastic lipjes, nauwgezet tot stof verwerkt: het geduld waarmee het werd gemaakt, straalt er vanaf.

Foto boven: Miriam de Waard, Nederland, KABK den Haag, 2012

Klik op foto voor vergroting in galerij:

Modebelofte ’13 Future Fashions is een initiatief van YOU ARE HERE in samenwerking met Glamcult Studio. 19 t/m 27 oktober in de Kazerne, Paradijslaan 2-8 Eindhoven

(Voor meer werk van Dewi Bekker, kijk hier naar KABK Fashionshow 2013)

Enclave

‘Waarom doe ik het eigenlijk’, verzucht mijn lief bij vlagen. Dat kan ik begrijpen, ze is kunstenaar. Heb je net maanden werk in een expositie gestoken, meldt de suppoost verheugd dat er deze week ‘wel vier bezoekers’ waren. Dan mag je een vlaag hebben.

Twee weken geleden bezocht ik de Zin in Zondag poëziemiddag in de TAC tuin. Slalommend tussen horden in rood wit gehesen PSV-supporters had ik mij een weg gebaand over het fietspad tussen stadion en spoor om vervolgens mijn fiets vast te zetten voor TAC, waar de voetbaltsunami zojuist ongeveer drie miljoen plastic bierbekertjes aan land had geworpen. Nog buiten adem stapte ik naar binnen. In de tuin was het stil. Ik schoof een stoel aan en ging zitten. Verspreid over het gras koesterde een handvol publiek zich aan de zon. Twee kinderen renden rond het tafeltje waarop hun ouders glazen bier voor omvallen behoedden.

Toen begon het. Een lange man, Roel Weerheijm geheten, vertelde door een microfoon dat hij op de 22ste verdieping woonde. Daarna las hij gedichten voor. Die boden weidse uitzichten. Dat leek me logisch. Na het vierde gedicht moest hij iets kwijt. Hem was verweten dat er te weinig seks in zijn teksten zat. Daar had hij met het volgende gedicht iets aan gedaan. Het ging over ‘vrouwenonanie’. ‘Maar U kunt gerust zijn’, zei hij en keek verlegen naar de ouders, ‘het is niet expliciet.’

In wat hij voorlas maakte een vrouw op een balkon met trage bewegingen ‘van de middag een gedicht’. Expliciet of niet, ik zag het voor me.

Daarna zong singer-songwriter Joyce Deijnen. Zelfs de kinderen werden stil en luisterden met open monden. Nu en dan blies de wind een wolkje stadiongeluid naar binnen, maar dat gaf niet, de tuin was een enclave. En opeens wist ik waarom ze het deden, de dichter, de zangeres, de kunstenaar, mijn lief…  Om van doodgewone dagen een gedicht te maken.

 

Deze column verscheen eerder in het boekje van Zin in Zondag

Expo: Donker bos in Galerie Nasty Alice (van Joseph Beuys en hazentaal…)

Wie donker bos bij Galerie Nasty Alice binnen wandelt, ziet eerst drie roze hazen. Ze zijn getekend door Jacquem. De twee grote tekeningen hangen direct bij de ingang. Op de ene is één haas te zien, op de andere staan er twee. Ik doe een stapje dichterbij. Een haas zie je niet elke dag, laat staan een roze. De grillige lijnen waarmee de hazen zijn getekend, doen aan plattegronden denken. Organische bouwtekeningen voor een hazenlijf. Achter het transparante hazenvel schemeren orgaanachtige vormen. En toch, als ik weer een stapje terug doe, zijn het gewoon drie hazen.

Joseph Beuys verklaarde ooit schilderijen aan een dode haas. Met een gezicht bedekt met honing en bladgoud, droeg hij het dode dier langs schilderijen en fluisterde het zachtjes onverstaanbare dingen in de oren. Hazentaal. Volgens ooggetuigen had het hele gebeuren iets ongelofelijk teders.
Beuys wilde niet dat zijn kunstwerken werden uitgelegd. Waarom een dode haas, waarom honing, waarom goud? Hoewel je daar natuurlijk boeken over vol kan schrijven, moest je daar niet naar vragen. De substanties waarmee hij werkte, waren realiteiten, geen symbolen. Je hoefde de werken alleen te beschrijven; dat was genoeg; uit de beschrijving zou de betekenis opdoemen. En dat is goed gezegd, wat mij betreft. Geldig voor alle kunst misschien: wil je er dichterbij komen, wil je toegang krijgen tot de binnenwereld van een kunstwerk, kijk goed en beschrijf wat je ziet.

Tegenover de roze hazen hangen vijf kleine schilderijen van Karin Bos.
Eén ervan heet ‘Schuurtje’. Er is een schuurtje op te zien. Maar dit schuurtje staat niet in een achtertuin; hier vind je geen kinderfiets of tuingereedschap, het staat in een bos. Vier stammen delen het schilderij in verticale vlakken. Daar achter, met witte deur, het schuurtje. Net als de hazen heeft dit schuurtje iets transparants; het balken geraamte is zichtbaar achter de wanden. Schaduwen van iets – is het een mens? Is het een dier? –  tekenen zich af tegen de planken voorzijde.
In het schilderij ‘De Peiling’ buigt een knokige gestalte zich voorover en pookt met een dunne stok in een gifgroen bosvennetje. Daarnaast marcheren in ‘Marching girls’ twee kleine meisjes in uniform door een pijnboombos. Het bleke zonlicht dat tussen kale takken binnen valt, maakt van meisjes en stammen silhouetten.
In het bos op deze schilderijen is het niet pluis. Dat zie je meteen. Het is niet duidelijk wat zich heeft afgespeeld op deze plekken, maar er is iets aan de hand, of anders kan het elk moment gebeuren. Er hangt onheil in de lucht.

Wie eropuit trekt, diep het bos in, of – waarom niet – naar de binnenkant van een kunstwerk, komt op een gegeven moment zichzelf tegen. Dat is niet altijd een pretje. Een goede uitrusting is onontbeerlijk. Ook daar had Beuys iets op gevonden. Hij nam een sleetje – het voertuig voor de meest barre tochten – en legde daar een lamp, een klomp vet en een viltendeken op. Waarom een lamp, waarom vet, waarom een deken? Dat behoeft geen uitleg, voor de goede kijker zeggen de objecten zelf genoeg.

Donker bos is nog tot 3 november te zien bij Galerie Nasty Alice

Exposerende kunstenaars: Jacquem, Karin Bos, Tom Boekema, Noes Butter, Van Dessel en Joosten, Jacques van Erven, Corry van Hoof, Floor Kraan, Edith Meijering, Kim Muis.

roze hazen jaquem

Jacquem, ‘Roze hazen’

Schuurtje, Karin Bos

Karin Bos, ‘Schuurtje’

De Peiling, Karin Bos

Karin Bos, ‘De Peiling’

Marching Girls 2, Karin Bos 

Karin Bos, ‘Marching girls 2’

Verwacht bij Galerie Nasty Alice: ARTWAR. Van 9 november t/m 21 december 2013. Opening 9 november 16 – 20 uur

Fotografie expo: ‘Me We’ – The Circle of Life

We zijn in den Haag en opeens hebben we tijd over. Toevallig belanden we in het fotomuseum.

In het museum slaat Mo het boek Me We van Koos Breukel open en daar is hij: Gearmd met een jonge vrouw kijkt hij lachend in de camera. Mo vertelt: ‘Dat is Eric Hamelink, die ken ik. Twee weken lang zwierven hij, een vriendin en ik in zijn kleine Suzuki door Frankrijk. Vijfentwintig jaar geleden was het. Na die vakantie heb ik hem niet vaak meer gezien. Mijn vriendin vertelde me later dat hij was overleden aan een hersentumor.’ Ze wijst naar de foto: ‘Die lach, zo keek hij ook in Frankrijk.’

We vallen met onze neus in de boter. Over tien minuten wordt Koos Breukel geïnterviewd. In het half verlichte zijzaaltje beneden vertelt hij over de foto’s boven. Over hoe hij de RVD waarschuwde toen ze hem vroegen voor het staatsieportret. ‘Weten jullie wel wat voor een fotograaf ik ben?’ En dat de RVD uiteindelijk de meest veilige foto van Willem Alexander uitkoos. En over de foto van Johnny Kraaijkamp, die hartproblemen had toen hij poseerde: ‘Ik zag hem bij mij op het bankje zitten en dacht, zo wil ik hem hebben. Niet als een clown, maar kwetsbaar.’

Na het interview lopen we de expositie binnen. Op een van de foto’s zien we ook Eric weer. Een knappe, blonde man omhelst het hondje op zijn schoot. Iets verderop hangt een foto van een veel te dikke man met vrouw en hond op bed. Op het bordje dat er onder hangt, lezen we ook Eric’s naam. Dat bordje hangt daar vast verkeerd.

Op weg naar de uitgang is daar opeens Koos Breukel. Met pen en boek stapt Mo op hem af. Of hij het boek signeren wil. Gehurkt krabbelt Koos zijn naam op de eerste pagina. Als hij opstaat, vraagt Mo naar de dikke man en het naambordje. ‘Ja, dat is Eric’, zegt Koos. ‘Prednison, wat heeft die jongen geleden, twee operaties, helemaal opgezwollen.’ Beduusd van zijn antwoord stamelt Mo iets over de reis door Frankrijk, vijfentwintig jaar geleden. Hoe jong ze waren en hoe ze knallend van dorp naar dorp reden met een kapotte uitlaat.

Op de terugweg bladert Mo door het boek. Portretten van mensen gevangen in hun lichaam: Net geboren, mismaakt, in de kracht van hun leven of vervormd door ouderdom. Alle oneffenheden legde Koos haarscherp vast: adertjes, pukkels en neusharen. De mensen die erin schuilen kunnen er niets aan doen. Ze zitten vast in dit lichaam. Een lichaam dat het soms te vroeg begeeft. Koos Breukel registreerde het, van geboorte tot dood.

Expositie:
Me We – The Circle of Life in het FOTOMUSEUM DEN HAAG
van 7 september 2013 t/m 12 januari 2014

Het fotoboek Me We:
Eerste overzichtsboek van portretfotograaf Koos Breukel, bij de retrospectieve tentoonstelling in het najaar van 2013 in Fotomuseum Den Haag.

Klik op foto voor vergroting en galerij:

Boek: Me We, Koos Breukel
396 pagina’s, f/c en duotone
Formaat: 31.5 cm (h) x 24.5 cm (b), hardcover
ISBN: 978 94 9137 664 1
Teskt: Erwin Mortier, Hedy van Erp
Design: Sabine Verschueren
Uitgever: YdocPublishing i.c.w. Hannibal Publishing