Dutch Art Monkeys bezoekt Griet Menschaert

Op haar website omschrijft Griet Menschaert haar activiteiten als een combinatie van beeldende kunst, schrijven en reizen. Haar reizen leiden tot intense ontmoetingen met creatieven in andere landen en contexten. Tijdens zo’n reis ontstond een samenwerking met mensen uit Charkov in Oekraïne. Dutch Art Monkeys bezocht deze uit België afkomstige kunstenaar in haar atelier in Eindhoven.

Dutch Art Monkeys filmcrew: Frank van Ansem en Machiel Swillens interview. Rob van Gils en Mo Swillens camera. Rob van Gils, montage.

Advertenties

Masterclass etsen van Stijn Peeters

In Grafisch Atelier Daglicht in Eindhoven is werk te zien van deelnemers aan de masterclass etsen van Stijn Peeters. In de vierdaagse cursus kwamen technieken aan bod die een schilderachtige manier van etsen mogelijk maken. In eerdere edities heette de cursus nog ‘etsen voor schilders’, maar dan dachten kunstenaars die niet schilderden dat ze niet mochten komen. En de cursus is bedoeld voor alle kunstenaars die met deze grafische technieken willen leren werken.

In een van de vitrinekasten, die in het midden van de ruimte staan, liggen bewerkte etsplaten. Matzwarte en grijsbruine tinten op glanzend zink. Stijn Peeters buigt zich over de kast en vertelt over de verschillende processen. Er wordt gebruik gemaakt van stoffen als verzadigd suikerwater, zout, verstoven dennenhars, zeep, gom, asfaltpoeder in spiritus en zout. Door de platen langer of korter in het zuur te laten bijten, ontstaan verschillende grijstinten; van lichtgrijs, tot diep zwart.‘En dit is nog maar het topje van de ijsberg’, zegt Stijn Peeters. ‘Met deze technieken is zó veel mogelijk’.

Wat er allemaal mogelijk is, kun je zien aan de wanden en in de vitrinekasten. Daar hangen en liggen de werken van de kunstenaars die deelnamen. Een rijkdom aan verschillende zwarten en grijzen; vlakken, lijnen en structuren.

Er is ook werk van de meester zelf. Aan de wand hangt een grote ingekleurde ets getiteld Arabesque.  In een vitrinekast liggen een twaalftal etsen uit de map Schildersbuurt. Deze straattafereeltjes laten in technisch opzicht kleine verschillen zien. Het ene is ingekleurd met aquarel, het andere zwart-wit; sommige meer opgebouwd uit lijnen, andere uit vlakken. Toch zie je meteen dat ze bij elkaar horen. Het zijn straatscènes uit een moderne volksbuurt. Mannen in joggingpak laten ‘s avonds hun hond uit, zetten nog even de vuilniszakken buiten of hangen schijnbaar doelloos rond op nachtelijke pleintjes. Ontroerend dat Stijn Peeters van die enigszins troosteloze realiteit zulke prachtige etsen maakt. Het is de tegenstelling tussen inhoud en vorm, denk ik. Zo’n slonzige vent, met zijn kakkende hond aan een lijntje, je zou wegkijken als je er langs liep. Maar niet Stijn Peeters. Hij kijkt wel en legt vast. En dan niet even vlug met de klik van een camera, nee, hij kiest voor het bewerkelijke, trage medium de ets. Daarmee is hij een bijzondere chroniqueur van onze tijd.

schildersbuurt stijnpeetersstijnschilderijets

Kunstenaars die deelnamen aan de masterclass: Aagje linssen, Suus Touw, Aura op den Camp, Miek van Dongen, Patricia Smits, Yvonne van den Herik, Sjoerd van Lankveld, Tijs Rooijakkers, Lisetteh, Hannie Vonsée, Laura Casas Valle.

Nog voor de zomervakantie geeft Stijn Peeters weer een masterclass etsen. Aanmelden en info bij Grafisch Atelier Daglicht.
www.grafisch-atelier-daglicht.nl
stijnpeeters.com

Aura op den Campaura

Aura Op den Camp

lisettehLisetteh

etsenMiek van Dongen

Peformance Jolanda Jansen

Je kwam gewoon maar om te kijken. Nietsvermoedend sta je tussen de anderen. Dan komt zij in haar witte jurk naar je toe. Ze filmt je met haar camera. Je smoel meer dan levensgroot op het scherm. Ze drukt haar wang tegen de jouwe. Ze lacht haar tanden bloot, blaast haar wangen bol. Dan draait ze de camera. Ze filmt jou nu met zichzelf. Akelig groot zijn jullie op het scherm te zien. Het publiek kijkt toe. Ze wrijft haar lichaam langs jouw lijf, haar open mond gaat langs je wang.

Dit overkwam een aantal mannen tijdens een performance die Jolanda Jansen deed voor Galery Nasty Alice tijdens YOUNG ART NIGHT 3 in het Van Abbemuseum. Ze werden van hun stuk gebracht, ze kregen de kans niet om te bedenken hoe te reageren. Ze reageerden daarom puur. Maskers vielen af, primaire lichaamstaal bleef over. Intrigerend en ontroerend om te zien.

Wat zou jij doen?  Zou je hard weg lopen, of er voorzichtig tussen uit knijpen. Zou je stokstijf blijven staan, vooral niet laten zien dat het je raakt. Dat je het geil vindt, misschien. Je vrouw kijkt immers mee, ze zit daar op het bankje…  Of zou je meedoen, het niet willen verpesten?

Klik op foto voor vergroting in galerij:

Dit Weekend is in de Melkfabriek in den Bosch nog een werk van Jolanda Jansen te zien. Ze maakte het met Suuz van de Vaart voor Match. Samen gingen ze in het atelier een boomstam te lijf. Jolanda een hakte met een bijl aan de ene kant van de stam houtschilfers los, Suuz plakte die er aan het andere uiteinde van de stam weer op. Het doffe dreunen van de bijl, de twee in witte jurkjes gestoken vrouwen en het gestage vorderen van hun repetitieve handeling leverde een haast hypnotiserende film op. Die is, samen met wat er van de stam geworden is, te zien op de expo.

match2

Lees hier meer over Match, de andere kunstenaars.

Melkfabriek 15/11 t/m 24/11
Guldenvliesstraat 4a ’s Hertogenbosch
zaterdag en zondag open van 13.00 tot 17.00 uur

Enclave

‘Waarom doe ik het eigenlijk’, verzucht mijn lief bij vlagen. Dat kan ik begrijpen, ze is kunstenaar. Heb je net maanden werk in een expositie gestoken, meldt de suppoost verheugd dat er deze week ‘wel vier bezoekers’ waren. Dan mag je een vlaag hebben.

Twee weken geleden bezocht ik de Zin in Zondag poëziemiddag in de TAC tuin. Slalommend tussen horden in rood wit gehesen PSV-supporters had ik mij een weg gebaand over het fietspad tussen stadion en spoor om vervolgens mijn fiets vast te zetten voor TAC, waar de voetbaltsunami zojuist ongeveer drie miljoen plastic bierbekertjes aan land had geworpen. Nog buiten adem stapte ik naar binnen. In de tuin was het stil. Ik schoof een stoel aan en ging zitten. Verspreid over het gras koesterde een handvol publiek zich aan de zon. Twee kinderen renden rond het tafeltje waarop hun ouders glazen bier voor omvallen behoedden.

Toen begon het. Een lange man, Roel Weerheijm geheten, vertelde door een microfoon dat hij op de 22ste verdieping woonde. Daarna las hij gedichten voor. Die boden weidse uitzichten. Dat leek me logisch. Na het vierde gedicht moest hij iets kwijt. Hem was verweten dat er te weinig seks in zijn teksten zat. Daar had hij met het volgende gedicht iets aan gedaan. Het ging over ‘vrouwenonanie’. ‘Maar U kunt gerust zijn’, zei hij en keek verlegen naar de ouders, ‘het is niet expliciet.’

In wat hij voorlas maakte een vrouw op een balkon met trage bewegingen ‘van de middag een gedicht’. Expliciet of niet, ik zag het voor me.

Daarna zong singer-songwriter Joyce Deijnen. Zelfs de kinderen werden stil en luisterden met open monden. Nu en dan blies de wind een wolkje stadiongeluid naar binnen, maar dat gaf niet, de tuin was een enclave. En opeens wist ik waarom ze het deden, de dichter, de zangeres, de kunstenaar, mijn lief…  Om van doodgewone dagen een gedicht te maken.

 

Deze column verscheen eerder in het boekje van Zin in Zondag

Expo: Donker bos in Galerie Nasty Alice (van Joseph Beuys en hazentaal…)

Wie donker bos bij Galerie Nasty Alice binnen wandelt, ziet eerst drie roze hazen. Ze zijn getekend door Jacquem. De twee grote tekeningen hangen direct bij de ingang. Op de ene is één haas te zien, op de andere staan er twee. Ik doe een stapje dichterbij. Een haas zie je niet elke dag, laat staan een roze. De grillige lijnen waarmee de hazen zijn getekend, doen aan plattegronden denken. Organische bouwtekeningen voor een hazenlijf. Achter het transparante hazenvel schemeren orgaanachtige vormen. En toch, als ik weer een stapje terug doe, zijn het gewoon drie hazen.

Joseph Beuys verklaarde ooit schilderijen aan een dode haas. Met een gezicht bedekt met honing en bladgoud, droeg hij het dode dier langs schilderijen en fluisterde het zachtjes onverstaanbare dingen in de oren. Hazentaal. Volgens ooggetuigen had het hele gebeuren iets ongelofelijk teders.
Beuys wilde niet dat zijn kunstwerken werden uitgelegd. Waarom een dode haas, waarom honing, waarom goud? Hoewel je daar natuurlijk boeken over vol kan schrijven, moest je daar niet naar vragen. De substanties waarmee hij werkte, waren realiteiten, geen symbolen. Je hoefde de werken alleen te beschrijven; dat was genoeg; uit de beschrijving zou de betekenis opdoemen. En dat is goed gezegd, wat mij betreft. Geldig voor alle kunst misschien: wil je er dichterbij komen, wil je toegang krijgen tot de binnenwereld van een kunstwerk, kijk goed en beschrijf wat je ziet.

Tegenover de roze hazen hangen vijf kleine schilderijen van Karin Bos.
Eén ervan heet ‘Schuurtje’. Er is een schuurtje op te zien. Maar dit schuurtje staat niet in een achtertuin; hier vind je geen kinderfiets of tuingereedschap, het staat in een bos. Vier stammen delen het schilderij in verticale vlakken. Daar achter, met witte deur, het schuurtje. Net als de hazen heeft dit schuurtje iets transparants; het balken geraamte is zichtbaar achter de wanden. Schaduwen van iets – is het een mens? Is het een dier? –  tekenen zich af tegen de planken voorzijde.
In het schilderij ‘De Peiling’ buigt een knokige gestalte zich voorover en pookt met een dunne stok in een gifgroen bosvennetje. Daarnaast marcheren in ‘Marching girls’ twee kleine meisjes in uniform door een pijnboombos. Het bleke zonlicht dat tussen kale takken binnen valt, maakt van meisjes en stammen silhouetten.
In het bos op deze schilderijen is het niet pluis. Dat zie je meteen. Het is niet duidelijk wat zich heeft afgespeeld op deze plekken, maar er is iets aan de hand, of anders kan het elk moment gebeuren. Er hangt onheil in de lucht.

Wie eropuit trekt, diep het bos in, of – waarom niet – naar de binnenkant van een kunstwerk, komt op een gegeven moment zichzelf tegen. Dat is niet altijd een pretje. Een goede uitrusting is onontbeerlijk. Ook daar had Beuys iets op gevonden. Hij nam een sleetje – het voertuig voor de meest barre tochten – en legde daar een lamp, een klomp vet en een viltendeken op. Waarom een lamp, waarom vet, waarom een deken? Dat behoeft geen uitleg, voor de goede kijker zeggen de objecten zelf genoeg.

Donker bos is nog tot 3 november te zien bij Galerie Nasty Alice

Exposerende kunstenaars: Jacquem, Karin Bos, Tom Boekema, Noes Butter, Van Dessel en Joosten, Jacques van Erven, Corry van Hoof, Floor Kraan, Edith Meijering, Kim Muis.

roze hazen jaquem

Jacquem, ‘Roze hazen’

Schuurtje, Karin Bos

Karin Bos, ‘Schuurtje’

De Peiling, Karin Bos

Karin Bos, ‘De Peiling’

Marching Girls 2, Karin Bos 

Karin Bos, ‘Marching girls 2’

Verwacht bij Galerie Nasty Alice: ARTWAR. Van 9 november t/m 21 december 2013. Opening 9 november 16 – 20 uur

Fotografie expo: ‘Me We’ – The Circle of Life

We zijn in den Haag en opeens hebben we tijd over. Toevallig belanden we in het fotomuseum.

In het museum slaat Mo het boek Me We van Koos Breukel open en daar is hij: Gearmd met een jonge vrouw kijkt hij lachend in de camera. Mo vertelt: ‘Dat is Eric Hamelink, die ken ik. Twee weken lang zwierven hij, een vriendin en ik in zijn kleine Suzuki door Frankrijk. Vijfentwintig jaar geleden was het. Na die vakantie heb ik hem niet vaak meer gezien. Mijn vriendin vertelde me later dat hij was overleden aan een hersentumor.’ Ze wijst naar de foto: ‘Die lach, zo keek hij ook in Frankrijk.’

We vallen met onze neus in de boter. Over tien minuten wordt Koos Breukel geïnterviewd. In het half verlichte zijzaaltje beneden vertelt hij over de foto’s boven. Over hoe hij de RVD waarschuwde toen ze hem vroegen voor het staatsieportret. ‘Weten jullie wel wat voor een fotograaf ik ben?’ En dat de RVD uiteindelijk de meest veilige foto van Willem Alexander uitkoos. En over de foto van Johnny Kraaijkamp, die hartproblemen had toen hij poseerde: ‘Ik zag hem bij mij op het bankje zitten en dacht, zo wil ik hem hebben. Niet als een clown, maar kwetsbaar.’

Na het interview lopen we de expositie binnen. Op een van de foto’s zien we ook Eric weer. Een knappe, blonde man omhelst het hondje op zijn schoot. Iets verderop hangt een foto van een veel te dikke man met vrouw en hond op bed. Op het bordje dat er onder hangt, lezen we ook Eric’s naam. Dat bordje hangt daar vast verkeerd.

Op weg naar de uitgang is daar opeens Koos Breukel. Met pen en boek stapt Mo op hem af. Of hij het boek signeren wil. Gehurkt krabbelt Koos zijn naam op de eerste pagina. Als hij opstaat, vraagt Mo naar de dikke man en het naambordje. ‘Ja, dat is Eric’, zegt Koos. ‘Prednison, wat heeft die jongen geleden, twee operaties, helemaal opgezwollen.’ Beduusd van zijn antwoord stamelt Mo iets over de reis door Frankrijk, vijfentwintig jaar geleden. Hoe jong ze waren en hoe ze knallend van dorp naar dorp reden met een kapotte uitlaat.

Op de terugweg bladert Mo door het boek. Portretten van mensen gevangen in hun lichaam: Net geboren, mismaakt, in de kracht van hun leven of vervormd door ouderdom. Alle oneffenheden legde Koos haarscherp vast: adertjes, pukkels en neusharen. De mensen die erin schuilen kunnen er niets aan doen. Ze zitten vast in dit lichaam. Een lichaam dat het soms te vroeg begeeft. Koos Breukel registreerde het, van geboorte tot dood.

Expositie:
Me We – The Circle of Life in het FOTOMUSEUM DEN HAAG
van 7 september 2013 t/m 12 januari 2014

Het fotoboek Me We:
Eerste overzichtsboek van portretfotograaf Koos Breukel, bij de retrospectieve tentoonstelling in het najaar van 2013 in Fotomuseum Den Haag.

Klik op foto voor vergroting en galerij:

Boek: Me We, Koos Breukel
396 pagina’s, f/c en duotone
Formaat: 31.5 cm (h) x 24.5 cm (b), hardcover
ISBN: 978 94 9137 664 1
Teskt: Erwin Mortier, Hedy van Erp
Design: Sabine Verschueren
Uitgever: YdocPublishing i.c.w. Hannibal Publishing

Expo: Something Like This But Not This, Folke Janssen & Anita Hrnić

Give me a museum and I’ll fill it, zei Picasso ooit. En dat is precies wat Folke Janssen en Anita Hrnić deden: Een museum vullen. Maar toch ook niet. De titel is niet voor niets Something like this but not this. Het gaat allemaal om mogelijkheden. Mogelijke manieren een museum te vullen. Het idee is dan genoeg.

Tijdens de opening vertelt Folke Janssen over het werk. Hij heeft het boek in de hand en al bladerend laat hij zijn museum zien. ‘We kregen het idee voor dit werk toen bleek dat we de expositieruimte die ons was toegewezen, toch niet konden gebruiken. We hadden al ideeën, maar moesten opeens met nieuwe komen. Daarop kregen we het ene idee na het andere. We besloten het bij die concepten te laten.’

Kunstwerken die het atelier niet uit kwamen, plakten ze met behulp van photoshop in foto’s van lege museumzalen. ‘De concepttentoonstelling die zo ontstond is meteen een commentaar op wat de facebookgeneratie doet’, legt Anita Hrnić uit. ‘Eigenlijk hoeft er niets meer echt te gebeuren, als het er op facebook maar goed uitziet. De presentatie wordt dan belangrijker dan de werkelijkheid.’

Met de foto’s en verschillende tekstfragmenten, maakten Folke en Anita een boek. Dat boek, (of eigenlijk moet je zeggen: die publicatie – fictief!), dat in de exporuimte bescheiden aan de muur hangt, is het werk, en in zekere zin de hele expositie. Op een van de foto’s in het boek herkennen we de kamerplanten die ook in de zaal naast de lage vitrines staan. In die vitrines bladzijden uit het boek. Ook de uitspraak van Picasso zien we op een van de foto’s in het boek. Met graffitiletters gespoten op de plankenvloer van een lege museumzaal. Give me a museum and I’ll fill it…

De expo is nog te zien tot 7 september in Pictura, Voorstraat 190-192 in Dordrecht

Openingstijden woensdag – zondag 13:00 – 17:00 uur of op afspraak

Het fraaie boek Something Like This But Not This heeft een oplage van 10 exemplaren die elk met de hand bewerkt zijn. Zo’n uniek exemplaar is te koop voor 100 euro.

Klik op foto voor vergroting en galerij: