Dutch Art Monkeys bezoekt Griet Menschaert

Op haar website omschrijft Griet Menschaert haar activiteiten als een combinatie van beeldende kunst, schrijven en reizen. Haar reizen leiden tot intense ontmoetingen met creatieven in andere landen en contexten. Tijdens zo’n reis ontstond een samenwerking met mensen uit Charkov in Oekraïne. Dutch Art Monkeys bezocht deze uit België afkomstige kunstenaar in haar atelier in Eindhoven.

Dutch Art Monkeys filmcrew: Frank van Ansem en Machiel Swillens interview. Rob van Gils en Mo Swillens camera. Rob van Gils, montage.

Advertenties

Opendeurdag Antwerpse Modeacademie, interview met een student

De Antwerpse Modeacademie hield afgelopen zaterdag ‘opendeurdag’. Deze academie, die tot tot de absolute wereldtop behoort, trekt studenten aan van over de hele wereld. Een van de eerstejaars studenten komt uit Nederland. Hij heet Rushemy Botter. Na een MBO modeopleiding studeerde hij eerst een jaar aan het KABK in den Haag, en nu dus aan het prestigieuze mode-instituut in België.
In het eerstejaarslokaal hangen de wanden vol met tekeningen. De tafels zijn bezaaid met papier, lappen stof, boeken, dummies, scharen en potloden. Zo’n twaalf studenten zijn er aan het werk. Er word getekend, geschreven, geschoven met lapjes stof en papier, én gezellig gepraat. Rushemy is aan een tafeltje bij het raam gaan zitten, en vertelt over de opleiding.

‘Ik had toelating gedaan in Antwerpen en was aangenomen. Maar een week voordat de studie van start zou gaan, kreeg ik een belletje. Er was een probleem. Ik mocht niet beginnen want ik had geen gymnasiumdiploma of HBO propedeuse op zak. Daarom ben ik naar het KABK in den Haag gegaan. Ik heb er mijn propedeuse gehaald. Gelukkig blijft een toelating in Antwerpen een jaar geldig. Nu zit ik hier.’

antwerpenb

Rushemy Botter met medestudenten

Jij hebt op het MBO goed leren naaien. Moet je goed kunnen naaien om te worden aangenomen in Antwerpen?
‘Nee hoor, er zijn hier studenten die helemaal niet kunnen naaien. Dat is voor hen wel een nadeel. Zij moeten in het eerste jaar veel stappen zetten.’

Wat is de beste voorbereiding om hier te worden toegelaten? Is het handig om, zoals jij, eerst MBO mode te doen?
‘Nee, er zijn hier studenten die direct van het Gymnasium komen, die hebben nog nooit iets met mode gedaan. Er was hier een jongen die was naar Parijs Fashionweek gegaan. Daar dacht hij, oh leuk, mode. Hij had nog nooit iets met mode gedaan en kon absoluut niet tekenen. Daar is hij heel open over geweest. Hij heeft zich ingeschreven en na drie weken toelating gedaan. Ik denk dat hij is aangenomen om zijn persoonlijkheid. Hij is vorig jaar afgestudeerd. Kijk, die docenten hier geven al twintig jaar les, die zien meteen of iemand het heeft.’

Wat is het grootste verschil tussen de academie hier en die in Nederland?
‘Oh jee, ga je dat echt allemaal opschrijven?’ Hij lacht. ‘Weet je wat het is: Je zit hier heel dichtbij de echte modewereld. Iemand als Dries van Noten komt hier gewoon binnen wandelen. De docenten zitten in het vak. Ze maken collecties. Onze docent Walter van Beirendonck – misschien zag je hem beneden, hij zit achter een tafeltje om  uitleg te geven aan bezoekers van de open dag –  hij doet zelf mee aan Parijs Fashionweek. De connectie met de echte wereld is dus heel kort. Daarbij is het hier veel intensiever. Het is echt innovatieve mode die je hier moet maken. In het begin maakte ik hier hetzelfde als wat ik in den Haag deed. Daar kreeg ik kritiek op. Het was niet modisch genoeg. Het moest vernieuwend zijn. Dit is een heel internationale school. Studenten komen van over de hele wereld hier naar toe. Uit Frankrijk, Canada, Japan, China, Australië.’

Dus de opleiding is zwaarder dan die in den Haag…
‘Veel zwaarder! Ik ben altijd met school bezig: thuis, in het weekend, in de pauze, als ik naar school loop. De druk om te presteren is hoog. Je voelt de competitie tussen de studenten. In het begin gaf iedereen elkaar nog complimentjes, “Hé, mooi wat je doet”, zeiden ze dan. Dat wordt nu minder. Maar je moet niet teveel met de anderen bezig zijn, gewoon op je zelf concentreren. Iedereen heeft toch zijn eigen stijl. Daar kun je juist inspiratie uit halen. Sommigen vragen zich te veel af of de lerares hun werk wel goed zal vinden. Zo bezwijk je onder de druk, en val je af. Beter om gewoon lekker je eigen ding te doen. Ik vind het heerlijk om onder druk te werken. Dan presteer ik het beste.’

Wat voor vakken heb je?
‘We krijgen vakken als modetekenen, modeltekenen, coupe, modegrafiek, digitale beeldverwerking en textielprognose. Daarnaast ook kunstgeschiedenis, kunstfilosofie en historisch onderzoek. Het is een heel programma. Maandag beginnen we om negen uur. De leraren komen dan meestal om een uur of elf. Dat geeft niet. Je hebt altijd meer dan genoeg te doen. Iedereen is zelfstandig aan het werk. De lerares komt bij elke student langs, bekijkt het werk, de research die je gedaan hebt. Dat bespreekt ze dan met je, en daar neemt ze bij iedereen de tijd voor. Echt persoonlijke begeleiding. Dat vind ik goed aan deze opleiding.’

Wat heb je dit jaar gemaakt?
‘Een rok, en nu zijn we bezig met een shirt-dress. Daarna moeten we een experimenteel stuk maken, geïnspireerd op een jacket. Mijn werk is met dat van drie anderen uitgekozen om te worden gefotografeerd. Uit die foto’s worden er weer twee uitgekozen. Die mogen in een magazine…’

antwerpen c

Rok van Rushemy Botter

Is het duur om hier mode te studeren. Je moet altijd veel materialen en stoffen kopen…
‘Het collegegeld is hier maar ongeveer een derde van het bedrag dat je in Nederland betaalt. Materialen moet je kopen. Dat kost geld. Maar het is aan je eigen creativiteit. Je kunt de duurste dingen kopen, maar je kunt ook iets goedkopers halen en daar iets heel moois mee neerzetten. Het is dus niet zo dat diegene met het meeste geld, en de duurste stoffen, de beste punten haalt. Het gaat erom dat je een mooie collectie neerzet. Iedereen doet dat op zijn eigen manier en met zijn eigen middelen. De meeste studenten moeten de eindjes aan elkaar knopen.’

Hoe lang moet jij nog studeren?
‘Nog ruim drie jaar.’

Ga je het volhouden?
‘Zeker! Het gaat lekker. Ik haal mooie cijfers. Ik zit hier goed op mijn plek.’

En daarna? Wat is jouw droombeeld van wat je doet als je bent afgestudeerd?
‘Naar Parijs, of New York. Voor mezelf beginnen. Een eigen label. Ik kan niet voor een baas werken. Het gaat me zeker lukken: als je hier van school komt, sta je in de picture. Er komen zoveel belangrijke mensen uit de modewereld kijken naar de eindexamenshow. De show is je visitekaartje.’

Mis je iets op deze school?
‘Eigenlijk niets nee. Helemaal niets… Nou ja, misschien water in de automaat op de gang.’

 

_DSC8896

In het tweede jaar maken de studenten een historisch kostuum

 

antwerpen 520

antwerpen 510

Rok van eerstejaars student

 

voor meer info over de opleiding, klik hier

 

 

Masterclass etsen van Stijn Peeters

In Grafisch Atelier Daglicht in Eindhoven is werk te zien van deelnemers aan de masterclass etsen van Stijn Peeters. In de vierdaagse cursus kwamen technieken aan bod die een schilderachtige manier van etsen mogelijk maken. In eerdere edities heette de cursus nog ‘etsen voor schilders’, maar dan dachten kunstenaars die niet schilderden dat ze niet mochten komen. En de cursus is bedoeld voor alle kunstenaars die met deze grafische technieken willen leren werken.

In een van de vitrinekasten, die in het midden van de ruimte staan, liggen bewerkte etsplaten. Matzwarte en grijsbruine tinten op glanzend zink. Stijn Peeters buigt zich over de kast en vertelt over de verschillende processen. Er wordt gebruik gemaakt van stoffen als verzadigd suikerwater, zout, verstoven dennenhars, zeep, gom, asfaltpoeder in spiritus en zout. Door de platen langer of korter in het zuur te laten bijten, ontstaan verschillende grijstinten; van lichtgrijs, tot diep zwart.‘En dit is nog maar het topje van de ijsberg’, zegt Stijn Peeters. ‘Met deze technieken is zó veel mogelijk’.

Wat er allemaal mogelijk is, kun je zien aan de wanden en in de vitrinekasten. Daar hangen en liggen de werken van de kunstenaars die deelnamen. Een rijkdom aan verschillende zwarten en grijzen; vlakken, lijnen en structuren.

Er is ook werk van de meester zelf. Aan de wand hangt een grote ingekleurde ets getiteld Arabesque.  In een vitrinekast liggen een twaalftal etsen uit de map Schildersbuurt. Deze straattafereeltjes laten in technisch opzicht kleine verschillen zien. Het ene is ingekleurd met aquarel, het andere zwart-wit; sommige meer opgebouwd uit lijnen, andere uit vlakken. Toch zie je meteen dat ze bij elkaar horen. Het zijn straatscènes uit een moderne volksbuurt. Mannen in joggingpak laten ‘s avonds hun hond uit, zetten nog even de vuilniszakken buiten of hangen schijnbaar doelloos rond op nachtelijke pleintjes. Ontroerend dat Stijn Peeters van die enigszins troosteloze realiteit zulke prachtige etsen maakt. Het is de tegenstelling tussen inhoud en vorm, denk ik. Zo’n slonzige vent, met zijn kakkende hond aan een lijntje, je zou wegkijken als je er langs liep. Maar niet Stijn Peeters. Hij kijkt wel en legt vast. En dan niet even vlug met de klik van een camera, nee, hij kiest voor het bewerkelijke, trage medium de ets. Daarmee is hij een bijzondere chroniqueur van onze tijd.

schildersbuurt stijnpeetersstijnschilderijets

Kunstenaars die deelnamen aan de masterclass: Aagje linssen, Suus Touw, Aura op den Camp, Miek van Dongen, Patricia Smits, Yvonne van den Herik, Sjoerd van Lankveld, Tijs Rooijakkers, Lisetteh, Hannie Vonsée, Laura Casas Valle.

Nog voor de zomervakantie geeft Stijn Peeters weer een masterclass etsen. Aanmelden en info bij Grafisch Atelier Daglicht.
www.grafisch-atelier-daglicht.nl
stijnpeeters.com

Aura op den Campaura

Aura Op den Camp

lisettehLisetteh

etsenMiek van Dongen

Van ‘show don’t tell’, handen in John Williams’ Stoner

Waar schrijvers het over hebben als ze het over showing en telling hebben? Pak de roman Stoner van John Williams er maar eens bij. Williams schrijft met een kleine camera in de punt van zijn pen.  Bij scènes over de grootste, allesbepalende ‘life events’, zoomt Williams daarmee vaak in op kleine, maar O zo veelzeggende details. In het bijzonder op de handen van zijn personages. Waarom? Showing! Waarom handen? Vraag het een portretfotograaf: Handen vertellen meer dan gezichten, handen zetten geen maskers op, handen veinzen niet. Handen hangen bleek en krachteloos langs lichamen, handen trommelen met nerveuze vingers op tafelbladen, handen ballen zich tot vuisten totdat de knokkels wit zien.

In de roman Stoner, het levensverhaal van William Stoner, de boerenzoon die universitair docent wordt, komen de eerste handen close-up in beeld op bladzijde twaalf. Vader Stoner doet zijn zoon het voorstel in de stad te gaan studeren:

William legde zijn handen op het tafelkleed, dat onder het lamplicht dof glansde. Hij was nog nooit verder van huis geweest dan Booneville, vijfentwintig kilometer verderop. Hij slikte om zijn stem onder controle te houden.

Willen jullie echt dat ik ga? Vraagt William zijn ouders.

Zijn vader verplaatste zijn gewicht op de stoel. Hij keek naar zijn dikke, eeltige vingers, met kloven waarin het stof zo diep zat dat het niet kon worden weggewassen. Hij vouwde zijn vingers samen en hield ze boven tafel, bijna alsof hij aan het bidden was.

Vader antwoordt:

…’Soms als ik op het land ben denk ik…’ Hij zweeg even. Zijn vingers spanden zich en zijn gesloten handen vielen op de tafel neer. ‘Denk ik…’ Hij keek fronsend naar zijn handen en schudde zijn hoofd. ‘Komend voorjaar ga jij naar de universiteit. Je moeder en ik zullen ons wel redden.’

Verderop in het boek en eenmaal aan de universiteit besluit Stoner het voorbestemde pad te verlaten en de studie landbouw in te ruilen voor een studie Engelse taal en letterkunde. Hij volgt daarmee zijn hart, maar het is een slag voor zijn ouders.

Vader Stoner:

Als jij vindt dat je hier moet blijven en je boeken moet bestuderen, dan moet je dat doen. Je moeder en ik redden ons wel.’ Zijn moeder keek hem aan, maar zag hem niet. Ze had haar ogen dichtgeknepen. Ze ademde zwaar; haar gezicht vertrok alsof ze pijn had en haar tot vuisten samengeknepen handen waren tegen haar wangen gedrukt. Verbaasd besefte Stoner dat ze huilde.

En zo blijven de handen in deze roman het verhaal vertellen:

Als hij het meisje ontmoet dat zijn vrouw zal worden, zijn toekomstige echtgenote in een rampzalig huwelijk, en hij haar vraagt of hij nog eens langskomen mag:

‘O,’ zei ze. ‘Nou.’ Ze had haar dunne vingers in haar schoot samengevouwen, en daar waar de huid gespannen stond, kleurden de knokkels wit. Op de rug van haar hand zaten heel bleke plekken.

Als hij in conflict raakt met zijn collega Lomax:

In zijn stoel hangend keek Lomax recht voor zich uit, terwijl hij met zijn lange witte vingers op het spiegelende tafelblad trommelde.

Als hij Katherine Driscoll ontmoet, de studente met wie hij een affaire krijgt. De vrouw van wie hij houdt en van wie hij leert wat liefde kan betekenen.

…haar ogen schitterden en ze vouwde haar handen boven de tafel en ontvouwde ze weer. William Stoner trok een stoel naar voren en leunde aandachtig haar kant op. Ze waren zo dicht bij elkaar dat hij zijn hand kon uitstrekken om haar aan te raken.

Als hun geheime verhouding uitkomt en hij weet dat het nu onmogelijk wordt haar nog te zien:

…dat hij het meisje Driscoll zou moeten ontslaan en waarschuwde dat er een schandaal uit zou kunnen ontstaan.’
‘Nee,’ zei Stoner. Zijn handen deden pijn op de plek waarmee hij de leren leuningen van de fauteuil vastklemde.

En als hij op de laatste bladzijden sterft. Ook dat vertelt Williams niet, hij laat het zien. Waarmee hij het laat zien, dat laatste moment waarop het leven William Stoner verlaat? Met een close-up van Stoners handen, zijn handen die verslappen:

Zijn vingers verslapten, en het boek dat ze hadden vastgeklemd gleed langzaam en toen snel over het roerloze lichaam en viel de stilte van de kamer in.

Het zijn deze veelzeggende beelden – en nog veel meer – die Stoner tot zo’n ontroerend boek maken.

Stoner
John Williams
Vertaald uit het Amerikaans door Edzard Krol
Lebowsky Publishers, Amsterdam 2013
ISBN 9789048813834

Eén winterdag, twee rampen, twee kunstwerken (cd/boek)

Op 1 februari 2003 voltrokken zich twee rampen. Bij de ene stierven zeven astronauten. Zij verongelukten met spaceshuttle Columbia die vlak voor de landing, op zestig kilometer hoogte, uit elkaar spatte. Bij de andere vond een twaalf jarige jongen de dood. Hij gooide hij een sneeuwbal naar een auto op het parkeerdek van station Rotterdam Zuid. De bestuurder van de auto stopte, stapte uit en schoot hem dood. Het spaceshuttle programma werd tijdelijk stopgezet. De dader van de moord op de jongen werd, wegens gebrek aan bewijs, nooit berecht.

Beide rampen waren aanleiding voor een kunstwerk. Peter Eötvös componeerde zijn vioolconcert Seven ter nagedachtenis aan de zeven astronauten. Alex Boogers schreef de novelle Wanneer de mieren schreeuwen over de geschiedenis van de jongen die een sneeuwbal gooide.

Een opname van Seven staat nu, met opnamen van vioolconcerten van Béla Bartók en György Ligeti, op de nieuwste cd van Patricia Kopatchinskaja. De noten van Seven lijken Kopatchinskay op het lijf geschreven. De expressieve violiste uit Moldavië, die liefst blootsvoets het concertpodium betreedt, heeft een regenboog aan klankkleuren op haar pallet. Ze laat haar viool afwisselend fluisteren en knarsen, smeken en brullen.
Seven bestaat uit twee delen. De vier zogeheten Cadenzas die samen het eerste deel vormen, zijn opgedragen aan de zeven astronauten en karakteriseren hen. Zo bevat de vierde Cadenza ‘voor Chawla en Ramon’ elementen uit de volksmuziek van India, het land waar Kalpana Chawla werd geboren.
Het getal zeven – Seven – verwijst natuurlijk naar de zeven astronauten, maar komt ook terug in de opstelling van het orkest in zeven instrumentengroepen. De zeven tutti violen staan, verwijderd van het ensemble, ruimtelijk opgesteld in de zaal. (lastig te vangen in een opname, maar op deze cd goed te horen!) Ze zijn – in de woorden van Eötvös – als zeven satellieten of zielen, die klinken en rondzweven in de ruimte. Eötvös: ‘Seven is een zeer persoonlijke monoloog en de muzikale expressie van mijn sympathie voor de zeven astronauten die hun leven verloren terwijl ze met hun ontdekkingsreis naar de ruimte  een fundamentele droom van de mensheid verwezenlijkten.’

In de novelle Wanneer de mieren schreeuwen van Alex Boogers wordt het drama van die ene jongen in de sneeuw het verhaal van de mens die, door het stomme noodlot getroffen, zijn dromen nooit zal kunnen verwezenlijken. Het boek gaat de eerste bladzijden over Boogers zelf. Hij rijdt per taxi naar de universiteit waar hij een lezing voor studenten zal geven. Een lezing over de kansen die ieder mens heeft, de mogelijkheid je leven in eigen hand te nemen, er een draai aan te geven, je droom waar te maken. De taxichauffeur, aan wie hij daarover vertelt, zegt: ‘U hebt het mis. Je bereikt niet altijd wat je wilt. Sommige botsingen zijn zo groots dat je uit je baan wordt geslingerd, in sommige gevallen voorgoed.’
En dan vertelt de taxichauffeur zijn verhaal. Het verhaal van zijn neefje Sedar Socrates Soares, de jongen die werd doodgeschoten omdat hij een sneeuwbal gooide. De jongen met het mooie haar van Rijkaard, de slungeligheid van Kanu, en de wimpers van Beyoncé, het voetbal talent van wie gezegd werd dat hij veel mensen gelukkig zou maken. Maar tegelijkertijd het verhaal van zijn Kaapverdiaanse familie in Nederland; over de zoektocht naar een nieuw leven, over mislukking en tegenslag, over hoop en belofte. En dat verhaal is dan de novelle, en aan het eind van die novelle rest Boogers op de laatste bladzijden geen andere mogelijkheid dan zijn geplande lezing maar te laten, en alleen nog dát verhaal aan de studenten te vertellen.

We keken allebei door ons raampje naar buiten.
‘Sneeuwpret,’ zei hij. ‘Mijn tante vond het zo’n mooi Nederlands woord.’
‘Dat is het ook.’
Gabriel knikte en keek voor zich uit.
‘Tot de winter die alles veranderde.’
‘Welke winter was dat?’
‘In 2003. 1 februari 2003, om precies te zijn. Toen begon de winter voor mij en mijn familie pas echt.’

kopatchinskaya   mieren

Bartók/Eötvös/Ligeti
Patricia Kopatchinskaja
Frankfurt Radio Symphony Orchestra
Ensemble Modern
o.l.v. Peter Eötvös
naïve

Wanneer de mieren schreeuwen
Alex Boogers
Podium b.v. Uitgeverij
ISBN 9789057595981

foto Patricia Kopatchinskaja: Marco Borggreve

Peformance Jolanda Jansen

Je kwam gewoon maar om te kijken. Nietsvermoedend sta je tussen de anderen. Dan komt zij in haar witte jurk naar je toe. Ze filmt je met haar camera. Je smoel meer dan levensgroot op het scherm. Ze drukt haar wang tegen de jouwe. Ze lacht haar tanden bloot, blaast haar wangen bol. Dan draait ze de camera. Ze filmt jou nu met zichzelf. Akelig groot zijn jullie op het scherm te zien. Het publiek kijkt toe. Ze wrijft haar lichaam langs jouw lijf, haar open mond gaat langs je wang.

Dit overkwam een aantal mannen tijdens een performance die Jolanda Jansen deed voor Galery Nasty Alice tijdens YOUNG ART NIGHT 3 in het Van Abbemuseum. Ze werden van hun stuk gebracht, ze kregen de kans niet om te bedenken hoe te reageren. Ze reageerden daarom puur. Maskers vielen af, primaire lichaamstaal bleef over. Intrigerend en ontroerend om te zien.

Wat zou jij doen?  Zou je hard weg lopen, of er voorzichtig tussen uit knijpen. Zou je stokstijf blijven staan, vooral niet laten zien dat het je raakt. Dat je het geil vindt, misschien. Je vrouw kijkt immers mee, ze zit daar op het bankje…  Of zou je meedoen, het niet willen verpesten?

Klik op foto voor vergroting in galerij:

Dit Weekend is in de Melkfabriek in den Bosch nog een werk van Jolanda Jansen te zien. Ze maakte het met Suuz van de Vaart voor Match. Samen gingen ze in het atelier een boomstam te lijf. Jolanda een hakte met een bijl aan de ene kant van de stam houtschilfers los, Suuz plakte die er aan het andere uiteinde van de stam weer op. Het doffe dreunen van de bijl, de twee in witte jurkjes gestoken vrouwen en het gestage vorderen van hun repetitieve handeling leverde een haast hypnotiserende film op. Die is, samen met wat er van de stam geworden is, te zien op de expo.

match2

Lees hier meer over Match, de andere kunstenaars.

Melkfabriek 15/11 t/m 24/11
Guldenvliesstraat 4a ’s Hertogenbosch
zaterdag en zondag open van 13.00 tot 17.00 uur

BL!NDMAN blaast Bach (cd)

Saxofoonkwartet BL!NDMAN bestaat 25 jaar. Om dat te vieren bracht het een cd uit met orgelwerken van Bach:  32 FOOT The Organ of Bach. Voor de gelegenheid is het kwartet uitgebreid tot kwintet. Naast de sopraan, alt, tenor en baritonsax, wordt de tubax bespeeld. Dat is een recent ontwikkelde contrabas-sax. Daarmee, en met wat elektronische hulpmiddelen, werd het mogelijk ook de allerlaagste pedaaltonen van het orgel tot klinken te brengen. 32 FOOT uit de titel verwijst naar de kolossale baspijpen van het kerkorgel, de zogenaamde 32-voeters, met hun zachte dreunen dat meer voelbaar dan hoorbaar is.

Bach’s muziek wordt wel vaker gespeeld op ander instrumentarium dan waarvoor die oorspronkelijk werd gecomponeerd.  Van strijktrio tot blokfluitkwartet, van marimba-ensemble tot zanggroepje, je kunt het zo gek niet bedenken, of het fluit, zingt, strijkt of roffelt Bach. Maar ook is Bach de lieveling van allerlei puristen, het kan hen niet authentiek genoeg zijn. In dat spanningsveld opereert BL!NDMAN op bewonderenswaardig integere wijze.

In het tekstboekje bij de cd staat dat BL!NDMAN bij het spelen van oude muziek eerder een vernieuwende transformatie dan een exacte imitatie op het oog heeft. Toch liet het ensemble zich voor deze cd coachen door een organist. (Reitze Smits) Misschien daarom dat de vijf mannen klinken als een orgeltje. Of eigenlijk moet ik zeggen, bíjna als een orgeltje: van de abstracte afstandelijkheid die het kerkorgel kan hebben, is geen sprake. Hier blazen echte mensen met mensenmonden.  Je hoort aanzet en adem. De lijnen lopen net iets vloeiender. Dat is zeer aangenaam.

Eric Sleichim, oprichter van BL!NDMAN en bespeler van de tubax, zegt in een interview dat hij steeds de intentie had zo dicht mogelijk bij het orgelgeluid te blijven. Maar binnen die orgelklank zijn op de cd enorme uitersten te beluisteren. Van stampend voetenwerk in het pedal exercitium in g klein – de vijf saxofonisten maken bijna voelbaar wat een moeite het een organist moet kosten om al de pedalen met zijn voeten te raken – tot een ragfijne melodie boven teder puffende akkoordjes in het Largo e spiccato van Concerto in d klein naar Vivaldi.

De opname is op een prettige manier ruimtelijk. De verleiding moet groot geweest zijn er een soort kerkakoestiek op te plakken, maar gelukkig heeft deze cd niet te veel galm.

BL!NDMAN is jarig, zijn nieuwste cd een feestje!

32 FOOT The Organ of Bach
BL!NDMAN [SAX]
Presented by KLARA
Warner Classics 5099944426927
Koen Maas, soprano saxophone
Roeland Vanhoorne, alto saxophone/soprano saxophone
Piet Rebel, tenor saxophone
Raf Minten, baritone saxophone
Eric Sleichim, tubax